Medicijn voor de één, gif voor de ander


Onderzoeker dr. Selma Eikelenboom-Schieveld (werkzaam in de Verenigde Staten) vertelde in een online interview hoe iemands DNA bepaalt hoe psychoactieve medicatie zoals antidepressiva, slaap en kalmeringsmiddelen, antipsychotica, anti-epileptica en opiaten werken op de hersenen en hoe ze door het lichaam worden opgenomen.


Een vergelijking. Stel, het grootste deel van de bevolking heeft bruin haar. Doordat hun DNA en genen op elkaar lijken komen ook hun receptoren (de plek waar medicatie in het lichaam aanhecht om te worden opgenomen) overeen. Wanneer deze groep een medicijn gebruikt, reageert men daar ongeveer hetzelfde op. De farmaceutische industrie stemt de dosering van medicatie af op de allergrootste groep mensen.


Maar stel nu dat er ook een handvol mensen is met rood of blond haar. Hun lichaam heeft ander DNA en andere genen en een andere samenstelling van receptoren. Dit verschil rondom de receptoren verklaart waarom niet iedereen hetzelfde reageert op een bepaald medicijn.


Bij medicatie die inwerkt op de hersenen, zoals antidepressiva, slaap en kalmeringsmiddelen, antipsychotica, anti-epileptica en opiaten, kan dit verschil grote gevolgen hebben. Als je lichaam het medicijn te snel afbreekt, werkt het niet. Als het lichaam het medicijn te langzaam afbreekt, ontstaat er een opeenstapeling in het bloed. Zo kan een effectief medicijn veranderen in een opeenhoping van afvalstoffen die het lichaam niet kwijt kan. Het medicijn is veranderd in een gifstof die zowel lichaam als geest belast.

"Een dosering die voor de één precies goed is, is voor de ander veel te veel. Of te weinig."

Een van de gevolgen hiervan is acathesie: hersenschade door medicatievergiftiging, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Acathisie heeft een zeer negatieve invloed op je leven; sommige mensen komen er pas na jaren vanaf, anderen slagen daar niet in en moeten er mee leven. Sommigen beroven zich uit pure wanhoop van het leven.


Hersenschade kan in sommige gevallen hersteld worden, aldus Selma. Lichaamsbeweging stimuleert het bijgroeien van neuronen, waardoor de hersenen zich weer herstellen. Ook geestelijk activiteit, bijvoorbeeld het leren van een moeilijke taal, kan helpen. Maar herstel is een lange, zware weg en niet altijd mogelijk.


Er is nog een factor die beïnvloed hoe medicatie wordt opgenomen in het lichaam en dat is hoe medicijnen elkaars werking beïnvloeden. Het heeft te maken met neurotransmitters en receptoren. Een voorbeeld: als je antidepressiva gebruikt en je gebruikt tegelijkertijd Tramadol, dan wordt de Tramadol minder goed opgenomen omdat antidepressiva en Tramadol aanhaken op dezelfde receptoren. De antidepressiva komen dan net iets sterker uit de strijd en bezetten het grootste deel van de receptoren.


Wanneer je stopt vervolgens met de antidepressiva, komen er receptoren vrij. Die worden direct ingenomen door de Tramadol. Gevolg: de Tramadol gaat ineens veel sterker werken. In uitzonderlijke gevallen kan dit zelfs leiden tot een overdosis.


Het is mogelijk om te onderzoeken welk genetisch profiel iemand hebt, en daaruit af te leiden hoe bepaalde medicatie door het lichaam wordt opgenomen.

Daarvoor moet een CYP450 onderzoek worden uitgevoerd. Zo’n onderzoek is kostbaar en het fenomeen CYP450 is relatief onbekend, maar het is wel beschikbaar. Als je CYP450 googled vind je meer hierover meer informatie.

Onderzoek wijst uit dat er een verband kan zijn tussen geweldsincidenten en het gebruik van psychoactieve medicatie

Een ander gevolg van de disbalans die bij sommige mensen ontstaat wanneer zij psychoactieve medicatie gebruiken, is dat die disbalans bij sommige mensen leidt tot extreem geweld. Sommigen richten de agressie op zichzelf en plegen zelfmoord. Anderen vermoorden hun naasten of richten enorme bloedbaden aan.


Selma heeft onderzoek gedaan naar ruim 100 gevallen van geweld, moord en massale moordpartijen in Amerika en Nederland. Haar onderzoek, en ook dat van anderen, wijst uit dat er een verband kan zijn tussen geweldsincidenten en het gebruik van psychoactieve medicatie.


De daders worden in de media vaak beschreven als mensen met “psychische problemen”. Wat nooit wordt gemeld is of de daders vanwege die psychische problemen ook medicatie gebruikten. Echter, in Amerika staan ‘psychische problemen’ in 99% van de gevallen gelijk aan behandeling met psychoactieve medicatie, aldus Selma.

Nu dit onderwerp steeds meer onderzocht wordt en deze inzichten steeds duidelijker naar voren komen, wordt duidelijk dat artsen in feite medicatie voorschrijven, zonder dat ze weten hoe het middel in het lichaam van de patiënt zal worden omgezet.


Problemen kunnen gedeeltelijk ondervangen worden door medicatie in niet te lang te gebruiken en ook voortdurend te blijven opletten of de medicatie wel het gewenste effect heeft. Monitoring van de arts is enorm belangrijk.


Mocht het dan niet goed gaan met de patiënt, dan kan er direct gestopt worden. Toch gebeurt dit nog veel te weinig. Hoe kan dat?

“Medicatie is een businessmodel,” aldus Selma. “Ze willen juist dat mensen medicijnen gebruiken, dus waarom zouden ze hen er vanaf helpen?”


Samenvatting interview: Carol Vlugt

Meer weten over interactie tussen medicijnen en supercyp?

https://www.drugs.com/drug_interactions.html

https://bio.tools/supercyp

https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/farmacologie/farmacogenetica



Bekijk het hele interview met Selma Eikelenboom Schieveld

https://fb.watch/bm_aieD-tV/


Vragen?

Heb je vragen over dit onderwerp, mail dan naar pauline@verenigingafbouwmedicatie.nl

104 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven