top of page

Kritische Analyse
Afbouwzorg

De behandelaar in beeld

De huisarts als duizendpoot

Huisartsen moeten tegenwoordig duizend dingen tegelijk kunnen, hebben weinig tijd en dragen een enorme verantwoordelijkheid.
 

Wat huisartsen ook doen is het begeleiden van afbouwtrajecten van opiaten-op-doktersrecept.

Maar hoe..?

Het punt is namelijk: tijdens de huisartsenopleiding wordt zo goed als geen aandacht besteed aan het afbouwen van opioïden. Alleen het voorschrijven komt aan de orde.

Dit is de oorzaak dat zo veel huisartsen niet goed weten hoe ze een afbouwtraject moeten aanpakken.

Sommigen geven dat eerlijk toe; sommigen moedigen de patiënt aan om interessante informatie mee te nemen wanneer ze dat online tegen komen.

Anderen starten gewoon met een traject.

Dit kan goed uitpakken -  maar ook helemaal verkeerd.

 

Veel patiënten gaan er vanzelfsprekend vanuit dat huisartsen, pijnartsen en specialisten in het ziekenhuis deskundig zijn op het gebied van opiatenafbouw.

Maar in de praktijk hebben deze zorgverleners tijdens hun opleiding nauwelijks specifieke scholing gekregen over het begeleiden van afbouwtrajecten. Het maakt geen deel uit van de lesstof.

Mensen staan er vaak niet bij stil dat een specialisatie tot huisarts, pijnarts of medisch specialist niet automatisch betekent dat iemand ook gespecialiseerd is in het begeleiden van afbouwtrajecten van opiaten.

🔵 In de praktijk komt het erop neer dat de meeste mensen tijdens het afbouwen worden begeleid door zorgverleners die hiervoor nooit specifiek zijn opgeleid.

Hoe deskundig zijn onze afbouwbegeleiders?

Wat ontbreekt er in de opleiding?

Eigenlijk alles wat met het afbouwen van opiaten te maken heeft.

• Er wordt niet besproken hoe een afbouwtraject eruit ziet en hoe dat begeleid moet worden. Of hoe je het beste afbouwtempo kiest voor de patiënt.
 

• Er wordt niet gesproken over het verschil tussen de begeleiding van iemand die opioïden kortdurend gebruikt en de begeleiding van patiënten die deze medicatie al 5, 8 of zelfs 10 jaar gebruiken.
 

• Er is veel te weinig aandacht voor de psychische problematiek van afbouwen.

meer wolkstructuur_edited_edited_edited_

Afbouwen via pijnarts, specialist of apotheek

Ook binnen de specialistische zorg blijkt opioïdenafbouw een onderbelicht onderwerp.

 

Uiteraard beschikken pijnartsen, apothekers en andere specialisten over veel kennis op hun eigen vakgebied.

Maar ook binnen deze opleidingen krijgt het begeleiden van afbouwtrajecten nauwelijks aandacht.

Ook hier moeten artsen het vooral hebben van eventuele praktijkervaring, eigen interesse in het onderwerp en de beperkte informatie die daarnaast beschikbaar is.

Artsen binnen de specialistische zorg lopen in de praktijk  vaak tegen dezelfde problemen aan als huisartsen:

• onvoldoende praktische kennis over het afbouwen
• gebrek aan informatie over waarop je moet letten tijdens het begeleiden van de patiënt
• afbouwtrajecten die lichamelijk en geestelijk veel complexer blijken dan vooraf gedacht.

"Dat leer je in de praktijk."

Wanneer huisartsen patiënten begeleiden tijdens een afbouwtraject, zijn zij aangewezen op eigen praktijkervaring.

Maar opioïdenafbouw verloopt lang niet altijd volgens een standaardschema.

Juist bij langdurig gebruik, na eerdere mislukte afbouwpogingen of bij ernstige lichamelijke ontregeling kunnen situaties ontstaan waarin standaardinformatie tekortschiet.

Sommige huisartsen geven eerlijk aan dat zij onvoldoende kennis hebben over hoe opiaten afgebouwd moeten worden. 

Anderen proberen zich tijdens het traject zo goed mogelijk in te lezen via beschikbare richtlijnen, overleg met collega’s of online informatie.

 

Google en ChatGPT

Wij horen regelmatig van hulpvragers dat artsen tijdens consulten informatie opzoeken over klachten, ontwenningsverschijnselen of afbouwschema’s op Google of ChatGPT.

Dat is op zichzelf begrijpelijk.
 

Maar tegelijkertijd laat het zien hoe beperkt de gespecialiseerde ondersteuning rondom opioïdenafbouw momenteel georganiseerd is.

Geen opleiding, wel de verantwoordelijkheid

Ondanks het ontbreken van gerichte scholing hebben huisartsen vanuit het zorgsysteem de hoofdverantwoordelijkheid gekregen voor het begeleiden van afbouwtrajecten.

Dat roept de vraag op: hoe komt het dat deze verantwoordelijkheid juist ligt bij zorgverleners die hier qua opleiding nauwelijks op voorbereid worden?

🔵Hoe is het mogelijk dat een complete patiëntengroep terechtkomt in een zorgstructuur waar nauwelijks gespecialiseerde kennis aanwezig is?

Afbouwadvies: tanden op elkaar en doorzetten?

Het ontbreken van deskundigheid kom je op verschillende manieren tegen binnen de afbouwzorg.

🔵 Er worden regelmatig zware of snelle afbouwschema’s aangeboden die voor de patiënt lichamelijk niet haalbaar zijn. Veel respondenten geven aan dat zij hierdoor ernstige ontwenningsverschijnselen ervaren tijdens het afbouwen.

🔵 Ontwenningsverschijnselen worden regelmatig onderschat of verward met psychische problematiek of terugkeer van pijnklachten.

🔵 Ondersteunende medicatie, zoals clonidine, dat afbouwklachten kan verlichten lijkt in de praktijk weinig bekend of wordt slechts beperkt ingezet.


🔵 Ook andere mogelijkheden om klachten te verminderen, zoals langzamer afbouwen, stabiliseren of overstappen op een ander opiaat, worden vaak niet genoemd. 

🔵 "Mijn arts zegt steeds, nog even doorzetten, je kunt het. Maar ik kan het helemaal niet. Ik voel me verschrikkelijk; ik heb zo geen leven. Maar hij kan dat niet zien."

​​​​​

🔵 Toelichting op wat dit betekent voor de patiënt is hier overbodig.

Gebrek aan deskundigheid: gevaren en gevolgen 

🟠 De meeste huisartsen, pijnartsen en specialisten begeleiden slechts af en toe een afbouwtraject. Daardoor kunnen belangrijke signalen gemist worden.

🟠 Iedere mislukte afbouwpoging  betekent voor de patiënt verlies aanzelfvertrouwen, lichamelijke en geestelijke energie. Het is dus van belang dat iedere afbouwpoging heel serieus wordt genomen.

🟠 Ernstige ontwenningsverschijnselen als gevolg van verkeerde inschattingen en gebrek aan deskundigheid maken een toch al zwaar traject vaak nog veel zwaarder.

🟠 Voor sommige patiënten eindigt afbouwen daardoor niet in herstel, maar in langdurige ontregeling, verlies van vertrouwen en volledig vastlopen binnen de zorg.

Wanneer afbouwen een vicieuze cirkel wordt

​​Van tevoren is niet goed te voorspellen hoe iemand lichamelijk en geestelijk op het afbouwen zal reageren. Dat maakt de begeleiding extra moeilijk.

De arts moet tijdens het afbouwen beschikken over veel kennis, ervaring en het vermogen om tijdig bij te sturen.

Wanneer dit ontbreekt, kan dat grote gevolgen hebben voor het welzijn van de patiënt en het verdere verloop van het traject.

Van het één komt het ander

Tijdens het afbouwen van opiaten lopen problemen vaak in elkaar over.

Wanneer bijvoorbeeld een afbouwtempo gekozen wordt dat niet aansluit op wat het lichaam aankan, worden ontwenningsverschijnselen en lichamelijke ontregeling steeds ernstiger.

Als die klachten onvoldoende (h)erkend terwijl het afbouwen toch doorgaat, raken mensen lichamelijk en geestelijk steeds verder uitgeput.

Naarmate iemand zich slechter gaat voelen neemt de angst voor verder afbouwen toe, terwijl het vertrouwen in het eigen lichaam én in de begeleiding afneemt.

Ontwenningsklachten zoals slecht slapen, angst, stress, concentratieproblemen, uitputting en hevige lichamelijke reacties zijn slopend. Sommige mensen raken geestelijk overprikkeld en ontregeld.

 

🔵 Voor veel mensen verandert afbouwen in een vicieuze cirkel van pijn, stress,
ontwenning en terugval.

De vicieuze cirkel 

de vicieuze cirkel van het afbouwen_edit

In de resultaten van ons Onderzoek Afbouwzorg Nederland zien wij dit patroon steeds opnieuw terug: de problemen die elkaar tijdens het afbouwen versterken, hebben allemaal hoge scores.


👉 Lees meer over de onderzoeksresultaten​​

Verlies van vertrouwen

Wanneer ontwenningsklachten niet bijtijds worden (h)erkend, kunnen er tussen arts en patiënt grote misverstanden ontstaan.

Sommige zorgverleners zien het volbrengen van een afbouwtraject vooral als een kwestie van motivatie, wilskracht of “doorzetten”.

Maar in werkelijkheid is het niet de geest van de patiënt die bepaalt of een afbouwschema vol te houden is, maar het lichaam.

Bang voor de arts

Patiënten krijgen het gevoel dat zij zich moeten verdedigen of verantwoorden voor het feit dat hun lichaam het gekozen afbouwtempo niet aankan.

Zij voelen zich niet serieus genomen, ervaren dat hun klachten worden gebagatelliseerd of hebben het gevoel dat hun grenzen onvoldoende worden erkend.

Aan de andere kant kunnen zorgverleners gefrustreerd raken wanneer een patiënt het afgesproken afbouwschema telkens niet blijkt vol te houden.

Zo kan er langzaam een onderhuidse spanning ontstaan tussen arts en patiënt.

Meestal gebeurt dit niet na één moeilijk moment.

Maar afbouwtrajecten duren vaak maanden of zelfs jaren. Wanneer misverstanden, verkeerde inschattingen of problemen zich blijven herhalen, kan het wederzijdse vertrouwen langzaam beschadigd raken.

Wanneer patiënten zich niet meer veilig voelen binnen de begeleiding, neemt de stress toe. Stress en angst kunnen lichamelijke klachten en ontwenningsverschijnselen vervolgens weer verder versterken.

Afhankelijkheid

Voor sommige mensen verandert afbouwen daardoor niet alleen in een lichamelijk zwaar traject, maar ook in een voortdurende strijd om serieus genomen te worden en psychisch het hoofd boven water te houden.

Veel patiënten durven hierover niets te zeggen.

Zij ervaren een sterke afhankelijkheid van hun arts, omdat die de recepten uitschrijft.

Veel mensen zijn bang dat een kritische houding gevolgen kan hebben voor hun behandeling of medicatie.

En wat dan...?

"Ik kan geen kant op"

De meeste mensen durven bovendien niet zomaar over te stappen naar een andere arts, voor zover die mogelijkheid er is.
 

Overstappen voelt voor veel patiënten als een groot risico.
 

Zij weten niet hoe een nieuwe arts tegenover het gebruik van opioïden staat, of deze bereid is mee te denken over een nieuw afbouwschema, of deze arts überhaupt opioïden wil voorschrijven.
 

Hoe moeilijk mensen het soms ook hebben met hun huidige begeleider: overstappen kan nog veel grotere problemen veroorzaken.
 

Daardoor blijven veel patiënten zitten in een begeleidingstraject waarin zij zich eigenlijk niet meer veilig of gehoord voelen.

Ziekenhuischaos

Ook in het ziekenhuis is vaak sprake van onvoldoende deskundigheid op het gebied van opioïdenafbouw.

Mensen die langdurig opioïden gebruiken en in het ziekenhuis worden opgenomen, krijgen soms ineens te maken met drastische wijzigingen rondom hun opioïdengebruik.

Doseringen worden veranderd, medicatie wordt afgebouwd, verhoogd of stopgezet, terwijl de patiënt vaak ernstig ziek, herstellende van een operatie of lichamelijk volledig uitgeput is en daar weinig tegenin kan brengen.

Dit overkomt zelfs mensen die al jarenlang op dezelfde dosering zitten.

Doseringsverlagingen worden regelmatig uitgevoerd door artsen die de patiënt verder niet kennen. Het raadplegen van een verslavingsarts is hierbij meestal niet aan de orde.

Voor de patiënt betekent dit: volledig tussen de wal en het schip vallen.

👉 Lees verder: Dossier Vooroordelen in de Zorg

Gebrek aan deskundigheid staat niet op zichzelf

Door afbouwtrajecten te laten begeleiden door mensen die hier niet adequaat voor zijn opgeleid, wordt voorbijgegaan aan iets heel belangrijks.

Juist de deskundigheid van de behandelaar kan een afbouwtraject maken of breken.

Wanneer ernstige ontwenningsverschijnselen of lichamelijke ontregeling niet op tijd worden herkend, kunnen de gevolgen voor de patiënt enorm zijn.

Het is belangrijk dat daar veel serieuzer bij wordt stilgestaan. Juist omdat het hier vaak gaat om mensen die lichamelijk en geestelijk al kwetsbaar zijn.

Deze mensen hebben niet gevraagd om zware afbouwtrajecten, lichamelijke ontregeling of jarenlang vastlopen binnen de zorg.

Het enige wat zij ooit hebben gedaan, was bij pijnklachten hun huisarts om hulp vragen.

Belangenorganisatie Opiaten Afbouwen

Want opiaten afbouwen kan beter, opiaten afbouwen moet beter!

  • Facebook
  • Facebook
bottom of page