top of page
als gebruiker van opiaten op doktersrecept ben je onvoldoende beschermd

Analyse AfbouwZORG
 

De patiënt onvoldoende beschermd
Geen zekerheid, geen veiligheid

Mensen die afhankelijk zijn van opiaten-op-doktersrecept kunnen niet altijd rekenen op de zekerheid, bescherming en ondersteuning die je bij een langdurig medisch traject zou verwachten.​​

​Vooroordelen - ook in de zorg

Het stigma rond opiaatgebruik werkt ook door in de zorg. Daardoor worden mensen die oxycodon, tramadol, fentanyl of een ander opiaat gebruiken soms anders behandeld dan andere patiënten.

Of het nu gebeurt bij de huisarts, in de apotheek, in het ziekenhuis of op de spoedeisende hulp: patiënten kunnen zich op ieder moment bekeken, beoordeeld of gewantrouwd voelen.
 

Sommige mensen beschrijven dit als een vorm van vogelvrij zijn. Alsof iedereen iets over hen mag vinden, vragen of zeggen.
 

Daar sta je dan, als patiënt. Afhankelijk van medicatie die je via de zorg krijgt voorgeschreven, maar niet altijd beschermd door diezelfde zorg.

Abrupt verminderen of stoppen medicatie

Wij horen met regelmaat van patiënten dat hun medicatie onverwachts wordt aangepast, verlaagd of helemaal stopgezet.

Dat kan gebeuren door een nieuwe behandelaar die de patiënt nauwelijks kent, maar ook door de eigen arts.

Een duidelijke medische onderbouwing wordt niet altijd gegeven. Patiënten krijgen soms te horen dat er “minder opiaten voorgeschreven moeten worden”, dat het “nu lang genoeg heeft geduurd” of dat de arts eenvoudigweg geen voorstander is van opiaatgebruik.


Maar wie lichamelijk afhankelijk is van opiaten, kan niet zomaar van de ene op de andere dag zonder medicatie. 
 

Voor veel patiënten is juist die onzekerheid een voortdurende bron van angst, want zo'n beslissing heeft voor hen enorme gevolgen .

Bij andere medicijnen waarbij mensen lichamelijk afhankelijk zijn van een stabiele behandeling, zou zo’n plotselinge wijziging ondenkbaar zijn.

Maar bij opiaten is die zekerheid veel minder vanzelfsprekend.

👉 Lees verder: Stopzetten medicatie

In de apotheek 

Ook in de apotheek kunnen problemen ontstaan.

Aan de balie worden regelmatig kritische vragen gesteld. Veel mensen hebben daardoor het gevoel zich steeds opnieuw te moeten verantwoorden voor hun gebruik.

Ook komt het voor dat medicatie niet direct wordt meegegeven, maar dat eerst controles of telefoongesprekken nodig zijn. En dat men de medicatie pas later krijgt, bijvoorbeeld de volgende dag of pas na het weekend.

De dringende behoefte die de patiënt heeft aan de medicatie wordt door de medewerker vaak niet gevoeld.
 

Dat past niet bij veilige zorg of bij een serieus medisch traject.
 

Een patiënt met een geldig recept zou niet telkens opnieuw het gevoel moeten krijgen te moeten bewijzen dat deze medicatie nodig is - of dat het recept rechtmatig is.

 

De angst om zonder medicatie te komen zitten loopt als een rode draad door al deze situaties.
 

Voor iemand die lichamelijk afhankelijk is van opiaten kan dat veel spanning geven. Diegene weet immers wat er gebeurt wanneer de medicatie opraakt: ontwenning.

👉 Lees verder: Problemen bij de apotheek


Bang zijn voor je arts

Wie opiaten gebruikt of afbouwt, is afhankelijk van degene die het recept uitschrijft.

Veel mensen hebben het gevoel dat zij hun arts  'te vriend' moeten houden, omdat ze bang zijn dat een kritische opmerking gevolgen kan hebben voor hun behandeling of het voorschrijven van hun medicatie. 

Sommige patiënten durven daarom niet te zeggen dat het afbouwen te snel gaat, dat zij het niet eens zijn met een beslissing - of dat ze zich niet serieus genomen voelen.

Sommigen krijgen bovendien te maken met scherpe en kwetsende bewoordingen. Met enige regelmaat horen wij voorbeelden van mensen die door hun arts een 'junk' wordt genoemd.

Dat is geen gezonde positie voor een patiënt. Zeker niet tijdens een traject waarin vertrouwen, openheid en zorgvuldige begeleiding juist noodzakelijk zijn.

👉 Lees verder: Ik ben bang voor mijn dokter

"Een andere arts zoeken durf ik niet aan..."

Wanneer iemand zich niet veilig voelt bij de eigen arts, lijkt overstappen naar een andere arts misschien logisch.

Maar mensen die opiaten-op-doktersrecept gebruiken, moeten hierbij noodgedwongen een hele andere afweging maken.

 

Je weet immers van tevoren niet hoe een nieuwe arts tegenover het gebruik van opiaten staat, of deze bereid is mee te denken over jouw gebruik, of deze arts überhaupt opiaten wil voorschrijven.
 

Hoe moeilijk mensen het soms ook hebben met hun huidige begeleider: overstappen kan nog veel grotere problemen veroorzaken.
 

Daardoor blijven veel patiënten zitten in een begeleidingstraject waarin zij zich eigenlijk niet meer veilig, gehoord of gesteund voelen

Op de spoedeisende hulp

Ook op de spoedeisende hulp voelen mensen die opiaten-op-doktersrecept gebruiken zich niet altijd veilig.

Wij horen regelmatig dat patiënten op de SEH met argwaan worden bekeken zodra bekend wordt dat zij opiaten gebruiken. Soms krijgen zij het gevoel dat zij eerst als ‘verslaafd’ worden gezien en pas daarna als patiënt.
 

Wij horen van patiënten bij wie de behandeling op de SEH ineens stilvalt zodra hun opiaatgebruik ter sprake komt: de arts wordt terzijde geroepen, er wordt met dossiers gewapperd en gefluisterd.

In het ziekenhuis

Ook in het ziekenhuis voelen mensen die langdurig opiaten gebruiken zich niet altijd veilig.

Wanneer iemand wordt opgenomen voor een operatie, behandeling of onderzoek, kan het gebeuren dat het bestaande medicatiegebruik ineens wordt veranderd.

Wij horen van patiënten dat doseringen die al jaren hetzelfde zijn, soms plotseling worden verlaagd of aangepast. Juist op een moment dat iemand ziek is, pijn heeft, herstelt van een ingreep of nauwelijks in staat is om voor zichzelf op te komen.

Lees hoe dit in de praktijk kan plaatsvinden

➜ Sandra: per direct omlaag van 75mcg naar 50mcg fentanyl



Meerdere artsen, geen duidelijke regie

Chronisch zieke mensen hebben vaak te maken met meerdere artsen tegelijk: de huisarts, specialist, pijnarts en ziekenhuisarts.

Over het opiaatgebruik wordt daarbij lang niet altijd één duidelijke lijn gevolgd. Dat kan verwarrende en onveilige situaties opleveren.

 

De ene arts wil afbouwen, een andere schrijft opnieuw voor en weer een ander wil dat het gebruik zo snel mogelijk stopt. De patiënt wordt zelf nauwelijks bij het beleid betrokken.

Een verslavingsarts of een andere deskundige op het gebied van afbouwen komt lang niet altijd in beeld.

Bij de behandeling van deze groep patiënten moet altijd duidelijk zijn welk beleid moet worden gevolgd, en wie daarover kan adviseren.

Deze patiënten hebben één vast contactpersoon/aanspreekpunt nodig, die bekend is met de situatie van de patiënt; die zo nodig door andere zorgverleners kan worden geraadpleegd.

De verslavingszorg

Wij spreken regelmatig mensen die een opname in de verslavingszorg gepland hebben, maar nauwelijks weten wat daar zal gebeuren.

Soms is zelfs niet duidelijk of de opname bedoeld is voor detoxificatie, overstappen op een ander opiaat of voor een combinatie van behandelingen.

Dat merkt de patiënt pas na aankomst in de kliniek, wanneer de behandeling begint.

Veel van deze patiënten proberen al jarenlang af te bouwen en hebben meerdere mislukte trajecten achter de rug. Zij zien een opname daarom vaak als laatste redmiddel.

Juist bij zo’n ingrijpende gebeurtenis als een detox moeten patiënten vooraf weten wat het doel is, welke middel er wordt afgebouwd, in welk tempo dat gaat gebeuren en welke begeleiding daarna beschikbaar is.
 

Soms wordt het afbouwen van opiaten gecombineerd met het afbouwen van pregabaline of gabapentine; soms vindt het plaats vlak nadat een van die bij de middelen is afgebouwd. De patiënt beseft niet dat dit geen goede combinatie is.
 

Tegelijkertijd blijkt dat vóór die opname nauwelijks andere mogelijkheden zijn onderzocht of aangeboden. Buiten herhaalde afbouwpogingen bij de huisarts hebben zij vaak geen deskundige beoordeling, aangepast afbouwplan of andere vorm van gespecialiseerde begeleiding aangeboden gekregen.

 

Heb je geluk..?

Er zijn in Nederland een groot aantal langdurige gebruikers van opiaten. Velen daarvan zijn mensen op leeftijd. Velen ook zijn chronische pijnpatiënt

Toch is voor deze grote groep nauwelijks gespecialiseerde afbouwzorg georganiseerd.

Zij komen net zoals iedereen terecht bij een arts of andere begeleider die hiervoor geen specifieke opleiding heeft gehad.

Er zijn artsen die jarenlang zonder problemen herhaalrecepten uitschrijven, maar vervolgens besluiten dat de medicatie zo snel mogelijk moet worden afgebouwd - en deze twee groepen patiënten daarin gewoon meenemen.

Wie het geluk heeft de juiste arts te treffen, kan goede hulp krijgen. Wie pech heeft, kan een onprettig afbouwtraject tegemoet zien.

 

Goede afbouwzorg mag niet afhankelijk zijn van geluk.

Tot slot

Je zou verwachten dat zorgautoriteiten, die het gebruik van opioïden willen terugdringen, alles in het werk stellen om afbouwen zo goed mogelijk te regelen.

Toch is zijn voor mensen die willen afbouwen nog altijd opvallend weinig mogelijkheden op het gebied van begeleiding, ondersteuning en behandeling.


 

 

bottom of page