_edited_edited_j.jpg)
De patiënt onvoldoende beschermd
Geen zekerheid, geen veiligheid
Mensen die op doktersrecept opiaten gebruiken of afbouwen, bevinden zich tijdens hun behandeling in een kwetsbare positie.
Wat mag een patiënt verwachten van de zorg, op het moment dat hij volledig afhankelijk is van die zorg, bijvoorbeeld voor medicatie waar je niet buiten kan?
Een patiënt mag verwachten dat hij beschermd wordt. Dat een arts naast hem blijft staan wanneer het moeilijk wordt. Dat problemen niet worden afgeschoven, maar opgepakt.
Goede afbouwzorg vraagt niet alleen om deskundigheid, maar ook om bescherming en een veilige behandelrelatie en een veilige context waarin de behandeling kan plaatsvinden.
Geen beschermd zorgtraject
Wanneer je in Nederland onder behandeling komt voor een ernstige aandoening of een ingrijpend medisch traject, ga je ervan uit dat de zorg goed is georganiseerd.
Je verwacht dat de arts die jou behandelt daarvoor is opgeleid. Dat hij weet wat hij doet, risico’s kan inschatten en kan ingrijpen wanneer het misgaat.
Je verwacht ook dat er een plan is. Dat duidelijk is wie verantwoordelijk is, waar je terechtkunt met klachten en wat er gebeurt wanneer de behandeling anders verloopt dan verwacht.
Kortom: je verwacht dat je in een beschermd zorgtraject terechtkomt.
Bij mensen die opiaten gebruiken of moeten afbouwen, ontbreekt die bescherming opvallend vaak.
Zij zijn lichamelijk afhankelijk van medicatie die door de zorg is voorgeschreven, maar krijgen niet vanzelfsprekend begeleiding van iemand die specifiek deskundig is in het afbouwen daarvan. Zij kunnen te maken krijgen met plotselinge dosisverlagingen, tegenstrijdige adviezen, onvoldoende (h)erkenning van ontwenning en artsen die niet weten hoe zij moeten bijsturen wanneer een traject misloopt.
Dat is voor patiënten niet alleen verwarrend, maar soms ook schokkend.
Zij gingen ervan uit dat hun behandelaar gekwalificeerd was voor wat hij bij hen ging doen. Zij vertrouwden erop dat de zorg hen zou beschermen.
Juist mensen die lichamelijk afhankelijk zijn geworden van opiaten, blijken die zekerheid niet altijd te hebben.
Dat is niet alleen een tekortkoming in de begeleiding. Het is een tekort aan bescherming.
Vooroordelen ondermijnen goede zorg
Mensen die opiaten op doktersrecept gebruiken, krijgen regelmatig te maken met vooroordelen. Niet alleen vanuit de samenleving, maar soms ook binnen de zorg.
In sommige gevallen lijkt het alsof die vooroordelen de behandeling vanaf het begin kleuren. Er wordt sneller gekozen voor een harde aanpak, een streng afbouwschema of een radicale beslissing, terwijl onvoldoende wordt gekeken naar de gezondheid, voorgeschiedenis en draagkracht van de patiënt.
Wanneer de patiënt gezondheidsklachten heeft, het afbouwen tempo niet aankan, worden die eerder uitgelegd als afhankelijkheid, verslaving of gebrek aan motivatie dan als signalen van pijn, ontwenning of een vastgelopen afbouwtraject.
Vooroordelen zijn daardoor niet alleen kwetsend. Ze beïnvloeden ook de kwaliteit van de zorg. Mensen voelen zich minder vrij om eerlijk te zijn, gaan zorg vermijden of raken het vertrouwen in hun behandelaar kwijt.
Respectvolle en onbevooroordeelde begeleiding is daarom geen luxe, maar een essentieel onderdeel van goede afbouwzorg.
In het Dossier Vooroordelen laten patiënten zelf zien hoe dit in de dagelijkse praktijk kan uitpakken.
Bang zijn voor je arts
Wie opiaten gebruikt of afbouwt, is afhankelijk van degene die het recept uitschrijft.
Veel mensen hebben het gevoel dat zij hun arts 'te vriend' moeten houden, omdat ze bang zijn dat een kritische opmerking gevolgen kan hebben voor hun behandeling of het voorschrijven van hun medicatie.
Sommige patiënten durven daarom niet te zeggen dat het afbouwen te snel gaat, dat zij het niet eens zijn met een beslissing - of dat ze zich niet serieus genomen voelen.
Sommigen krijgen bovendien te maken met scherpe en kwetsende bewoordingen. Met enige regelmaat horen wij voorbeelden van mensen die door hun arts een 'junk' wordt genoemd.
Dat is geen gezonde positie voor een patiënt. Zeker niet tijdens een traject waarin vertrouwen, openheid en zorgvuldige begeleiding juist noodzakelijk zijn.
👉 Lees verder: Ik ben bang voor mijn dokter
"Een andere arts zoeken durf ik niet aan..."
Wanneer iemand zich niet veilig voelt bij de eigen arts, lijkt overstappen naar een andere arts misschien logisch.
Maar mensen die opiaten-op-doktersrecept gebruiken, moeten hierbij noodgedwongen een hele andere afweging maken.
Je weet immers van tevoren niet hoe een nieuwe arts tegenover het gebruik van opiaten staat, of deze bereid is mee te denken over jouw gebruik, of deze arts überhaupt opiaten wil voorschrijven.
Hoe moeilijk mensen het soms ook hebben met hun huidige begeleider: overstappen kan nog veel grotere problemen veroorzaken.
Daardoor blijven veel patiënten zitten in een begeleidingstraject waarin zij zich eigenlijk niet meer veilig, gehoord of gesteund voelen
Abrupt verminderen of stoppen medicatie
Wij horen met regelmaat van patiënten dat hun medicatie onverwachts wordt aangepast, verlaagd of helemaal stopgezet.
Dat kan gebeuren door een nieuwe behandelaar die de patiënt nauwelijks kent, maar ook door de eigen arts.
Een duidelijke medische onderbouwing wordt niet altijd gegeven. Patiënten krijgen soms te horen dat er “minder opiaten voorgeschreven moeten worden”, dat het “nu lang genoeg heeft geduurd” of dat de arts eenvoudigweg geen voorstander is van opiaatgebruik.
Maar wie lichamelijk afhankelijk is van opiaten, kan niet zomaar van de ene op de andere dag zonder medicatie.
Voor veel patiënten is juist die onzekerheid een voortdurende bron van angst, want zo'n beslissing heeft voor hen enorme gevolgen .
Bij andere medicijnen waarbij mensen lichamelijk afhankelijk zijn van een stabiele behandeling, zou zo’n plotselinge wijziging ondenkbaar zijn.
Maar bij opiaten is die zekerheid veel minder vanzelfsprekend.
👉 Lees verder: Stopzetten medicatie
Weigering hulp te bieden
Wij horen met enige regelmaat dat de relatie tussen arts en patiënt volledig vastloopt. De arts wil het gesprek niet langer voeren, maar blijft wel de behandelaar of voorschrijver van de patiënt. mening tussen arts en patiënt.
Regelmatig komt voor dat op dit soort momenten het gesprek stopt. Niet omdat er geen probleem meer is,.maar omdat de arts niet langer bereid is om erover in gesprek te gaan.
De patiënt krijgt te horen dat het afbouwen gewoon moet doorgaan, dat het "lang genoeg heeft geduurd" of dat hij het verder zelf maar moet uitzoeken.
Soms wordt verwezen naar de verslavingszorg, terwijl de wachttijd maanden bedraagt en de patiënt in de tussentijd geen oplossing heeft.
Anderen krijgen te horen dat zij hun medicatie niet meer voorgeschreven krijgen, ook niet wanneer zij door een vastgelopen afbouwtraject inmiddels afhankelijk zijn geworden van oxycodon van de zwarte markt.
"Dat is uw eigen verantwoordelijkheid."
"U denkt toch niet dat ik dat nu ga voorschrijven."
Voor de arts lijkt het gesprek daarmee beëindigd.
Voor de patiënt begint het probleem juist pas.
Wanneer een arts het gesprek beëindigt zonder een oplossing of veilige overdracht te bieden, laat hij de patiënt ernstig in de steek. Hiermee gaat een arts voorbij aan één van de meest basale taken van het artsenberoep: mensen helpen wanneer zij ziek zijn, ondersteuning bieden wanneer zij vastlopen en hen beschermen wanneer hun gezondheid of veiligheid in gevaar dreigt te komen.
Juist op het moment waarop de behandelsituatie volledig is vastgelopen, is professionele hulp het hardst nodig.
Goede zorg betekent niet dat een arts altijd aan de wensen van een patiënt moet voldoen.
Maar wel dat een patiënt die in de problemen raakt, niet aan zijn lot wordt overgelaten.
Wanneer een behandeling niet werkt, moet opnieuw worden gekeken welke hulp wél mogelijk is, of wie die hulp kan bieden.
Wanneer een arts zelf geen oplossing meer ziet, mag een patiënt verwachten dat actief wordt gezocht naar een andere arts of deskundige die die hulp wél kan bieden.
In de apotheek
Ook in de apotheek kunnen problemen ontstaan.
Aan de balie worden regelmatig kritische vragen gesteld. Veel mensen hebben daardoor het gevoel zich steeds opnieuw te moeten verantwoorden voor hun gebruik.
Ook komt het voor dat medicatie niet direct wordt meegegeven, maar dat eerst controles of telefoongesprekken nodig zijn. En dat men de medicatie pas later krijgt, bijvoorbeeld de volgende dag of pas na het weekend.
De dringende behoefte die de patiënt heeft aan de medicatie wordt door de medewerker vaak niet gevoeld.
Dat past niet bij veilige zorg of bij een serieus medisch traject.
Een patiënt met een geldig recept zou niet telkens opnieuw het gevoel moeten krijgen te moeten bewijzen dat deze medicatie nodig is - of dat het recept rechtmatig is.
De angst om zonder medicatie te komen zitten loopt als een rode draad door al deze situaties.
Voor iemand die lichamelijk afhankelijk is van opiaten kan dat veel spanning geven. Diegene weet immers wat er gebeurt wanneer de medicatie opraakt: ontwenning.
👉 Lees verder: Problemen bij de apotheek
Op de spoedeisende hulp
Ook op de spoedeisende hulp voelen mensen die opiaten-op-doktersrecept gebruiken zich niet altijd veilig.
Wij horen regelmatig dat patiënten op de SEH met argwaan worden bekeken zodra bekend wordt dat zij opiaten gebruiken. Soms krijgen zij het gevoel dat zij eerst als ‘verslaafd’ worden gezien en pas daarna als patiënt.
Wij horen van patiënten bij wie de behandeling op de SEH ineens stilvalt zodra hun opiaatgebruik ter sprake komt: de arts wordt terzijde geroepen, er wordt met dossiers gewapperd en gefluisterd.
In het ziekenhuis
Ook in het ziekenhuis voelen mensen die langdurig opiaten gebruiken zich niet altijd veilig.
Wanneer iemand wordt opgenomen voor een operatie, behandeling of onderzoek, kan het gebeuren dat het bestaande medicatiegebruik ineens wordt veranderd.
Wij horen van patiënten dat doseringen die al jaren hetzelfde zijn, soms plotseling worden verlaagd of aangepast. Juist op een moment dat iemand ziek is, pijn heeft, herstelt van een ingreep of nauwelijks in staat is om voor zichzelf op te komen.
Lees hoe dit in de praktijk kan plaatsvinden
➜ Sandra: per direct omlaag van 75mcg naar 50mcg fentanyl
Meerdere artsen, geen duidelijke regie
Chronisch zieke mensen hebben vaak te maken met meerdere artsen tegelijk: de huisarts, specialist, pijnarts en ziekenhuisarts.
Over het opiaatgebruik wordt daarbij lang niet altijd één duidelijke lijn gevolgd. Dat kan verwarrende en onveilige situaties opleveren.
De ene arts wil afbouwen, een andere schrijft opnieuw voor en weer een ander wil dat het gebruik zo snel mogelijk stopt. De patiënt wordt zelf nauwelijks bij het beleid betrokken.
Een verslavingsarts of een andere deskundige op het gebied van afbouwen komt lang niet altijd in beeld.
Bij de behandeling van deze groep patiënten moet altijd duidelijk zijn welk beleid moet worden gevolgd, en wie daarover kan adviseren.
Deze patiënten hebben één vast contactpersoon/aanspreekpunt nodig, die bekend is met de situatie van de patiënt; die zo nodig door andere zorgverleners kan worden geraadpleegd.
De verslavingszorg
Wij spreken regelmatig mensen die een opname in de verslavingszorg gepland hebben, maar nauwelijks weten wat daar zal gebeuren.
Soms is zelfs niet duidelijk of de opname bedoeld is voor detoxificatie, overstappen op een ander opiaat of voor een combinatie van behandelingen.
Dat merkt de patiënt pas na aankomst in de kliniek, wanneer de behandeling begint.
Veel van deze patiënten proberen al jarenlang af te bouwen en hebben meerdere mislukte trajecten achter de rug. Zij zien een opname daarom vaak als laatste redmiddel.
Juist bij zo’n ingrijpende gebeurtenis als een detox moeten patiënten vooraf weten wat het doel is, welke middel er wordt afgebouwd, in welk tempo dat gaat gebeuren en welke begeleiding daarna beschikbaar is.
Soms wordt het afbouwen van opiaten gecombineerd met het afbouwen van pregabaline of gabapentine; soms vindt het plaats vlak nadat een van die bij de middelen is afgebouwd. De patiënt beseft niet dat dit geen goede combinatie is.
Tegelijkertijd blijkt dat vóór die opname nauwelijks andere mogelijkheden zijn onderzocht of aangeboden. Buiten herhaalde afbouwpogingen bij de huisarts hebben zij vaak geen deskundige beoordeling, aangepast afbouwplan of andere vorm van gespecialiseerde begeleiding aangeboden gekregen.
Goede zorg mag geen kwestie zijn van 'geluk hebben'
Er zijn in Nederland een groot aantal langdurige gebruikers van opiaten. Velen daarvan zijn mensen op leeftijd. Velen ook zijn chronische pijnpatiënt
Toch is voor deze grote groep nauwelijks gespecialiseerde afbouwzorg georganiseerd.
Zij komen net zoals iedereen terecht bij een arts of andere begeleider die hiervoor geen specifieke opleiding heeft gehad.
Er zijn artsen die jarenlang zonder problemen herhaalrecepten uitschrijven, maar vervolgens besluiten dat de medicatie zo snel mogelijk moet worden afgebouwd - en deze twee groepen patiënten daarin gewoon meenemen.
Wie het geluk heeft de juiste arts te treffen, kan goede hulp krijgen. Wie pech heeft, kan een onprettig afbouwtraject tegemoet zien.
Lees ook
het blog: wie zijn de respondenten
