Samen een nieuwe weg inslaan
Patiënten denken mee over betere afbouwzorg
Het begeleiden van een patiënt die gaat afbouwen of stoppen met opiaten is niet altijd eenvoudig. Iedere patiënt reageert anders en een standaard afbouwschema is lang niet altijd passend. Patiënten die het afbouwen aan den lijve hebben ondervonden, weten dat maar al te goed.
De respondenten van onze onderzoeken en de vele patiënten die wij door de jaren heen hebben gesproken, beschikken samen over een grote hoeveelheid praktijkkennis.
Zij willen deze kennis graag inzetten om mee te denken over hoe afbouwtrajecten beter kunnen worden ingericht.
Op deze pagina vertalen wij die gezamenlijke kennis naar praktische uitgangspunten voor behandelaren.
Daarmee geven patiënten zelf aan wat zij nodig hebben om verantwoord te kunnen afbouwen en stoppen.
De arts brengt medische kennis mee. De patiënt brengt kennis mee over wat het afbouwen met zijn of haar lichaam doet. Wanneer beide vormen van kennis serieus worden genomen, ontstaat een afbouwtraject dat echt op de patiënt is afgestemd.
Behandelaar en patiënt werken samen
Onderzoek laat zien dat een afbouwtraject het meeste kans op succes heeft wanneer arts en patiënt het eens zijn en samen werken. Wederzijds vertrouwen is belangrijk.
Jij en je arts kiezen samen een schema dat voor jou haalbaar is. In het schema staat hoe vaak de dosering omlaag gaat en hoeveel je gaat minderen.
Shared decisionmaking: overleg tussen arts en patiënt:Alle handleidingen over afbouwen in het buitenland staan er vol mee.het is algemeen bekend dat, wanneer de patiënt achter het afbouwplan staat de kans van slagen ook groter wordt is.De kans dat een patiënt het afbouwtraject volhoudt, is groter wanneer deze achter het afbouwplan staat en invloed heeft op het tempo en de aanpassingen onderweg
.LEES MEER
Afbouwen is maatwerk
Het afbouwschema moet passen bij jou, jouw gezondheidssituatie, jouw lichaam en de duur van het gebruik van de opiaten.
Flexibiliteit
Een goed afbouwschema is flexibel en heeft ruimte voor aanpassingen, al naargelang hoe jij je voelt.
Werken binnen de mogelijkheden die er zijn
Bij het afbouwen met standaardtabletten en capsules kan een moment ontstaan waarop ook de kleinst mogelijke dosisverlaging voor de patiënt te groot is.
Naarmate de patiënt dichterbij de nul komt, gaat dezelfde dosisverlaging procentueel steeds zwaarder wegen.
Wanneer een afbouwstap te veel klachten veroorzaakt, zijn er verschillende mogelijkheden:
Meer tijd nemen tussen de stappen
Een patiënt kan dezelfde dosis langer gebruiken voordat de volgende verlaging plaatsvindt. Dat kan bijvoorbeeld drie weken zijn in plaats van twee weken, of langer wanneer het lichaam meer tijd nodig heeft.
Kleinere doseringen maken met vloeistof
Bij oxycodon en tramadol kunnen tabletten of capsules worden gecombineerd met druppels of een andere vloeibare vorm.
Dit vraagt enige zelfwerkzaamheid van de patiënt; die dit zelfstandig aankunnen of daarbij hulp krijgen, eventueel van een partner. Goede ondersteuning vanuit de apotheek is belangrijk.
Taperingstrips
Taperingstrips maken zeer kleine dosisverlagingen mogelijk, die bovendien geleidelijk over de tijd worden verdeeld.
Deze mogelijkheid is afhankelijk van vergoeding door de zorgverzekeraar of van wat de patiënt zelf financieel kan dragen.
Overstappen op buprenorfine of ander langwerkend opiaat
Buprenorfine werkt lang en kan bij sommige patiënten meer rust geven, vanwege een gelijkmatiger medicatiespiegel.
Met buprenorfine kunnen er andere mogelijkheden ontstaan om in kleinere stappen af te bouwen. T
Of overstappen geschikt is, moet per patiënt zorgvuldig worden beoordeeld.
Ondersteuning met clonidine overwegen
Bij hevige ontwenningsverschijnselen kan clonidine helpen.
In de verslavingszorg wordt veel clonidine gebruikt; het helpt tegen ontwenningsverschijnselen zoals (spier)pijn, krampen en rusteloze benen verzachten. Het kan de slaap verbeteren.
Wel moet rekening worden gehouden met de gezondheidssituatie van de patiënt en met eventuele contra-indicaties
regelmatig monitoren
Tijdens het afbouwen moeten pijnklachten, ontwenningsverschijnselen, belastbaarheid en afbouwtempo voortdurend opnieuw worden beoordeeld.
Ontwenningsverschijnselen, terugkerende pijnklachten en stress kunnen sterk op elkaar lijken en veranderen soms van week tot week.
Juist daarom vraagt begeleiding tijdens het afbouwen om ervaring, kennis en het vermogen om tijdig bij te sturen. En oplettendheid.
Stabiliseren
Als de patiënt veel last heeft van ontwenningsverschijnselen, moet er binnen het schema ruimte zijn om een afbouwpauze in te lassen. Dit heet stabiliseren.
Na een periode van stabiliseren moet het afbouwtempo en/ of de hoeveelheid waarmee omlaag wordt gegaan worden bijgesteld, om herhaling van problemen te voorkomen.
Steeds langzamer afbouwen
Naarmate iemand dichter bij nul komt, moet het afbouwtempo vaak verder worden verlaagd. Bij sommige patiënten is dat al eerder nodig, omdat hun lichaam heftig reageert op de dosisverlagingen.
Geen dwang
Een goed afbouwschema is een leidraad, geen dwangmiddel.
Gebruik het schema niet om een vooraf bepaald tempo of einddoel na te streven. De reactie van de patiënt bepaalt of het tempo haalbaar is.
Neem de tijd
Een rustig tempo geeft het lichaam voldoende tijd om zich aan te passen aan iedere dosisverlaging. Te veel haast, stress of druk om een bepaald doel te halen, kan het afbouwen juist moeilijker maken.