top of page

Afbouw-inzichten voor Artsen 
gebaseerd op honderden ervaringen van patiënten

Een nieuwe manier van afbouwen: kijk naar de patiënt!

Het Overkoepelend Onderzoek Afbouwzorg Nederland is opgebouwd uit meerdere deelonderzoeken en praktijksignalen.

In totaal deelden ruim 700 mensen hun ervaringen met het afbouwen van opioïden.
 

Wat hieruit naar voren komt, is duidelijk: afbouwen verloopt in de praktijk vaak niet zoals het zou moeten.
 

In deze analyse laten we zien waar het misgaat — en hoe het anders zou kunnen.

Op deze pagina vind je geen medische richtlijn, maar laat zien waar patiënten in de praktijk tegenaan lopen — en wat volgens hen helpt.
 

Wat behandelaars vandaag al kunnen doen

1. Luister naar de patiënt en koppel daar, zoveel mogelijk, concrete actie aan.

Patiënten geven vaak duidelijk aan wanneer het afbouwen niet goed verloopt. Gebruik die informatie om samen opnieuw naar de behandeling te kijken.
 

Voorbeelden

  • Pas het afbouwtempo aan.

  • Neem kleinere afbouwstappen.

  • Las een stabilisatieperiode in.

  • Besteed aandacht aan lichamelijke én psychische klachten.

2. Doe iets wanneer een patiënt tijdens het afbouwen in de problemen komt.

Blijf niet afwachten wanneer een patiënt ernstige ontwenningsklachten heeft. Onderzoek actief welke mogelijkheden er zijn om de klachten te verminderen.
 

Voorbeelden

  • Verlaag het afbouwtempo.

  • Neem meer tijd tussen de afbouwstappen.

  • Onderzoek de mogelijkheid van clonidine wanneer dat medisch passend is.

  • Overweeg een overstap naar een ander opioïd wanneer dat voordelen kan bieden.

    Het is fijn om, bijvoorbeeld in het geval van clonidine iets te doen wat direct resultaat heeft. Bedenk dat als de patiënt eerst nog twee weken moet wachten totdat het afbouwtempo vertraagd worden, de patiënt die twee weken lang ziek is.

Is er geen concrete actie die in aanmerking komt?

Maak een belafspraak voor de volgende dag.
Vraag van tevoren aan de patiënt of deze zelf wil nadenken over de situatie en een mogelijke oplossing.
Na dat gesprek moet er in ieder geval iets gebeuren.

Ernstige ontwenningsklachten moeten zoveel mogelijk worden voorkomen

Neem ernstige ontwenningsverschijnselen altijd serieus.

Wacht niet af, maar bespreek actief welke behandelopties beschikbaar zijn.

en met de patiënt hoe het afbouwtraject veilig kan worden voortgezet.

Mogelijke maatregelen zijn:

•  Beginnen met kleinere afbouwstappen

• Meer tijd tussen de afbouwstappen laten.

 •Vanaf het begin van ieder afbouwtraject opletten of de patiënt de afbouwstappen verdraagt.

• Standaard controle  na een week; mogelijkheid om te bellen als de patiënt eerder problemen tegen komt.

• Wanneer een patiënt aangeeft teveel last te hebben van ontwenningsklachten zo snel mogelijk een afspraak maken, het liefst dezelfde dag nog.  Eventueel telefonisch.

• Vaker gebruikmaken van medicatie om ontwenningsverschijnselen te verlichten, zoals clonidine wanneer dat medisch passend is.

• Zo nodig overstappen op een ander opioïd waarmee geleidelijker kan worden afgebouwd.

de reactie van de patiënt moet leidend zijn, niet het afbouwschema

• Het afbouwtempo aanpassen aan de reactie van de patiënt.

• Stabiliseren wanneer dat nodig is.

• Pas verder afbouwen wanneer de patiënt voldoende is hersteld van de vorige afbouwstap.

3. Pas de behandeling aan wanneer een patiënt herhaaldelijk te kennen geeft dat het niet goed gaat met hem of haar.

Wanneer dezelfde problemen tijdens meerdere consulten terugkomen, is dat een duidelijk signaal dat de behandeling onvoldoende aansluit.
 

Voorbeelden

  • Als dit nog niet gebeurd is, is het nu van groot belang om iets aan het afbouwtempo te doen.

  • Kleinere afbouwstappen, langere tussenpozen.

  • Stabiliseren is de beste manier om een langdurige slechte periode te boven te komen. Denk aan twee weken, drie of zelfs vier weken.

  •  Raadpleeg een collega.

  • Kies zo nodig voor een andere afbouwmethode.

4. Kom je er niet uit? Vraag een deskundige om mee te denken.

Afbouwen kan ingewikkeld zijn. Het is niet nodig om alle kennis zelf in huis te hebben. Schakel tijdig aanvullende expertise in wanneer de gebruikelijke aanpak onvoldoende helpt.

Voorbeelden

  • Raadpleeg een collega

  • Vraag advies aan een verslavingsarts, pijnspecialist of klinisch farmacoloog: iemand die een opleiding heeft op het gebied van het afbouwen van opiaten.

  • Maak gebruik van regionale expertise wanneer die beschikbaar is.

Samen een nieuwe weg inslaan

Patiënten denken mee over betere afbouwzorg

Het begeleiden van een patiënt die gaat afbouwen of stoppen met opiaten is niet altijd eenvoudig. Iedere patiënt reageert anders en een standaard afbouwschema is lang niet altijd passend. Patiënten die het afbouwen aan den lijve hebben ondervonden, weten dat maar al te goed.

De respondenten van onze onderzoeken en de vele patiënten die wij door de jaren heen hebben gesproken, beschikken samen over een grote hoeveelheid praktijkkennis.

Zij willen deze kennis graag inzetten om mee te denken over hoe afbouwtrajecten beter kunnen worden ingericht.

Op deze pagina vertalen wij die gezamenlijke kennis naar praktische uitgangspunten voor behandelaren.

Daarmee geven patiënten zelf aan wat zij nodig hebben om verantwoord te kunnen afbouwen en stoppen.


De arts brengt medische kennis mee. De patiënt brengt kennis mee over wat het afbouwen met zijn of haar lichaam doet. Wanneer beide vormen van kennis serieus worden genomen, ontstaat een afbouwtraject dat echt op de patiënt is afgestemd.

 

Behandelaar en patiënt werken samen

Onderzoek laat zien dat een afbouwtraject het meeste kans op succes heeft wanneer arts en patiënt het eens zijn en samen werken. Wederzijds vertrouwen is belangrijk.

Jij en je arts kiezen samen een schema dat voor jou haalbaar is. In het schema staat hoe vaak de dosering omlaag gaat en hoeveel je gaat minderen.

Shared decisionmaking: overleg tussen arts en patiënt:Alle handleidingen over afbouwen in het buitenland staan er vol mee.het is algemeen bekend dat, wanneer de patiënt achter het afbouwplan staat de kans van slagen ook groter wordt is.De kans dat een patiënt het afbouwtraject volhoudt, is groter wanneer deze achter het afbouwplan staat en invloed heeft op het tempo en de aanpassingen onderweg
.LEES MEER 

 

Afbouwen is maatwerk

Het afbouwschema moet passen bij jou, jouw gezondheidssituatie, jouw lichaam en de duur van het gebruik van de opiaten.

 

Flexibiliteit

Een goed afbouwschema is flexibel en heeft ruimte voor aanpassingen, al naargelang hoe jij je voelt.

​​

 

Werken binnen de mogelijkheden die er zijn

Bij het afbouwen met standaardtabletten en capsules kan een moment ontstaan waarop ook de kleinst mogelijke dosisverlaging voor de patiënt te groot is.

Naarmate de patiënt dichterbij de nul komt, gaat dezelfde dosisverlaging procentueel steeds zwaarder wegen.

Wanneer een afbouwstap te veel klachten veroorzaakt, zijn er verschillende mogelijkheden:

Meer tijd nemen tussen de stappen

Een patiënt kan dezelfde dosis langer gebruiken voordat de volgende verlaging plaatsvindt. Dat kan bijvoorbeeld drie weken zijn in plaats van twee weken, of langer wanneer het lichaam meer tijd nodig heeft.
 

Kleinere doseringen maken met vloeistof


Bij oxycodon en tramadol kunnen tabletten of capsules worden gecombineerd met druppels of een andere vloeibare vorm.
 

Dit vraagt enige  zelfwerkzaamheid van de patiënt; die dit zelfstandig aankunnen of daarbij hulp krijgen, eventueel van een partner. Goede ondersteuning vanuit de apotheek is belangrijk.
 

Taperingstrips

Taperingstrips maken zeer kleine dosisverlagingen mogelijk, die bovendien geleidelijk over de tijd worden verdeeld.

Deze mogelijkheid is afhankelijk van vergoeding door de zorgverzekeraar of van wat de patiënt zelf financieel kan dragen.

 

Overstappen op buprenorfine of ander langwerkend opiaat
 

Buprenorfine werkt lang en kan bij sommige patiënten meer rust  geven, vanwege een gelijkmatiger medicatiespiegel.
Met buprenorfine kunnen er andere mogelijkheden ontstaan om in kleinere stappen af te bouwen. T
 

Of overstappen geschikt is, moet per patiënt zorgvuldig worden beoordeeld.


Ondersteuning met clonidine overwegen 
 

Bij hevige ontwenningsverschijnselen kan clonidine helpen.
In de verslavingszorg wordt veel clonidine gebruikt; het helpt tegen ontwenningsverschijnselen zoals (spier)pijn, krampen en rusteloze benen verzachten. Het kan de slaap verbeteren.
 

Wel moet rekening worden gehouden met de gezondheidssituatie van de patiënt en met eventuele contra-indicaties

regelmatig monitoren

Tijdens het afbouwen moeten pijnklachten, ontwenningsverschijnselen, belastbaarheid en afbouwtempo voortdurend opnieuw worden beoordeeld.

Ontwenningsverschijnselen, terugkerende pijnklachten en stress kunnen sterk op elkaar lijken en veranderen soms van week tot week.

Juist daarom vraagt begeleiding tijdens het afbouwen om ervaring, kennis en het vermogen om tijdig bij te sturen. En oplettendheid.

       Stabiliseren

Als de patiënt veel last heeft  van ontwenningsverschijnselen, moet er binnen het schema ruimte zijn om een afbouwpauze in te lassen. Dit heet stabiliseren.

 

Na een periode van stabiliseren moet het afbouwtempo en/ of de hoeveelheid waarmee omlaag wordt gegaan worden bijgesteld, om herhaling van problemen te voorkomen. 

 

        Steeds langzamer afbouwen

​Naarmate iemand dichter bij nul komt, moet het afbouwtempo vaak verder worden verlaagd. Bij sommige patiënten is dat al eerder nodig, omdat hun lichaam heftig reageert op de dosisverlagingen.

Geen dwang

Een goed afbouwschema is een leidraad, geen dwangmiddel.

Gebruik het schema niet om een vooraf bepaald tempo of einddoel na te streven. De reactie van de patiënt bepaalt of het tempo haalbaar is.

​​​

Neem de tijd

Een rustig tempo geeft het lichaam voldoende tijd om zich aan te passen aan iedere dosisverlaging. Te veel haast, stress of druk om een bepaald doel te halen, kan het afbouwen juist moeilijker maken.

• meer inspraak in het afbouwtempo en het moment van afbouwen
• samen beslissen over het verloop van het traject
• ruimte om het tempo aan te passen wanneer dat nodig is
• serieus genomen worden in wat iemand zelf aangeeft aan te kunnen

 

Een eerste stap:

Actief bespreken welke keuzes er zijn en samen bepalen hoe het afbouwtraject wordt ingericht.

🔶 Inspraak in het afbouwtraject

LANGE  VERSIE

Inspraak in het afbouwtraject is geen extraatje, maar een voorwaarde voor goede afbouwzorg.

37% van de respondenten geeft aan onvoldoende inspraak te hebben gehad in het afbouwtraject.

 

Dat kan leiden tot frustratie, demotivatie en het gevoel geen grip meer te hebben op de situatie.

Juist bij afbouwen is die grip belangrijk. Iedere stap kan opnieuw klachten oproepen en vraagt daarom om overleg over tempo, timing en eventuele aanpassing van het schema.

Een eerste concrete stap is eenvoudig: bespreek actief welke keuzes er zijn en bepaal samen met de patiënt hoe het afbouwtraject wordt ingericht.

37% van de respondenten geeft aan onvoldoende inspraak te hebben in het afbouwtraject.

 

 

🟢 Gebruik lagere doseringen en meer maatwerk.

🟢 Geef ruimte om te stabiliseren wanneer dat nodig is.

🟢 Zet ondersteunende medicatie in wanneer dat passend is.

🟢 Neem lichamelijke ontregeling serieus.
 

Gebrek aan inspraak kan leiden tot frustratie en demotivatie, en tot het gevoel geen grip te hebben op de situatie.

Het is niet voor niets dat het belang van shared decisionmaking in wetenschappelijk onderzoek naar het afbouwen van opiaten steeds wordt benadrukt.
 

Iedere afbouwstap is een nieuwe, grote uitdaging voor de patiënt. 
 

Juist daarom is het belangrijk dat er ruimte is voor inspraak — bijvoorbeeld bij het bepalen van het tempo en het moment van een volgende stap.

Zonder inspraak verandert afbouwen al snel in iets wat iemand overkomt, in plaats van iets waar iemand grip op heeft.

Samen een nieuwe weg inslaan: Afbouwen Anders

Ernstige ontwenningsklachten moeten zoveel mogelijk worden voorkomen

Neem ernstige ontwenningsverschijnselen altijd serieus.

Wacht niet af, maar bespreek actief welke behandelopties beschikbaar zijn.

en met de patiënt hoe het afbouwtraject veilig kan worden voortgezet.

Mogelijke maatregelen zijn:

•  Beginnen met kleinere afbouwstappen

• Meer tijd tussen de afbouwstappen laten.

 •Vanaf het begin van ieder afbouwtraject opletten of de patiënt de afbouwstappen verdraagt.

• Standaard controle  na een week; mogelijkheid om te bellen als de patiënt eerder problemen tegen komt.

• Wanneer een patiënt aangeeft teveel last te hebben van ontwenningsklachten zo snel mogelijk een afspraak maken, het liefst dezelfde dag nog.  Eventueel telefonisch.

• Vaker gebruikmaken van medicatie om ontwenningsverschijnselen te verlichten, zoals clonidine wanneer dat medisch passend is.

• Zo nodig overstappen op een ander opioïd waarmee geleidelijker kan worden afgebouwd.

de reactie van de patiënt moet leidend zijn, niet het afbouwschema

• Het afbouwtempo aanpassen aan de reactie van de patiënt.

• Stabiliseren wanneer dat nodig is.

• Pas verder afbouwen wanneer de patiënt voldoende is hersteld van de vorige afbouwstap.

Zo simpel, maar dit gaat vaak fout

• het klinkt misschien vreemd, maar uit ons onderzoek blijkt dat zowel aandacht voor pijn als voor het psychische gedeelte van het afbouwen vaak ontbreekt in de begeleiding.

• er wordt een bepaald afbouwtempo gekozen maar vervolgens wordt er niet gemonitord of dit tempo wel de bij de patiënt past.

• het afbouwen gaat te snel, maar de arts neemt geen concrete maatregelen.

•mensen zijn overgestapt naar een ander middel maar ze voelen zich slecht en dat blijft lang duren.
Pas veel later blijkt dat ze ondergedoseerd zijn. 

Na het afbouwen begint het pas

Het belang van een breed afbouwtraject

Sommige mensen verwachten dat alle klachten verdwijnen zodra ze op nul staan.

​Daarom is het belangrijk om een afbouwtraject heel breed te bekijken, en niet alleen te focussen op medicatie en milligrammen.

 

Een goede begeleiding kijkt niet alleen naar het afbouwen zelf, maar ook naar het herstel daarna.

 

Maar in de praktijk begint daarna vaak een nieuwe fase: herstellen, opnieuw leren omgaan met pijn, energie, emoties, stress en een lichaam dat soms lange tijd ontregeld is geweest.

Veel mensen voelen zich in die periode kwetsbaar, onzeker of uitgeput. ​

​​

​Daarom is het belangrijk om een afbouwtraject heel breed te bekijken, en niet alleen te focussen op medicatie en milligrammen.

Een goede begeleiding kijkt niet alleen naar het afbouwen zelf, maar ook naar het herstel daarna.

Het kan ook anders

Niet iedere patiënt loopt vast tijdens het afbouwen.
 

In ons onderzoek en in de ervaringsverhalen zien we ook voorbeelden van artsen en andere zorgverleners die wél de tijd nemen om samen met de patiënt te zoeken naar een haalbare aanpak.

Zorgverleners die luisteren, meedenken, het tempo aanpassen en klachten serieus nemen.

Juist die samenwerking maakt vaak een groot verschil.

Patiënten voelen zich veiliger, ervaren minder stress en krijgen weer vertrouwen in het afbouwen.

Hoe ziet zulke begeleiding eruit in de praktijk?


 

👉 Afbouwen: het kan ook anders

Op deze pagina komen artsen en patiënten aan het woord die samen een andere weg insloegen.  

"Je kunt nog zoveel kennis hebben, als je niet luistert is, dan heeft de patiënt er niks aan."

Hoe ervaren mensen het afbouwen van opiaten in de praktijk?
Waar lopen zij op vast — en wat helpt juist wél?

Deze pagina is opgebouwd vanuit honderden ervaringen van mensen die zelf geprobeerd hebben opioïden op doktersrecept af te bouwen.

In totaal deelden ruim 600 respondenten hun ervaringen, inzichten en praktische lessen met ons binnen het Overkoepelend Onderzoek Afbouwzorg Nederland.

Wat daarin opvalt, is dat veel problemen steeds terugkomen:
• te snel afbouwen

• ernstige ontwenningsklachten

• gebrek aan begeleiding

• het gevoel er alleen voor te staan.

Ook binnen onze Facebookgroep horen wij al jaren lang vrijwel dezelfde verhalen terugkomen.

Soms denken wij wel eens: als op deze punten meer aandacht, tijd en kennis zou worden ingezet, dan kon je heel veel problemen misschien bij voorbaat al voorkomen.

 

Maar er is nog iets waar veel mensen behoefte aan hebben, al wordt dat lang niet altijd hardop uitgesproken:

Empathie

Gezien en gehoord worden als mens. 
Serieus genomen worden.
Samen zoeken naar wat wél haalbaar is.

Maar op deze pagina willen wij vooral heel veel praktische ervaringen en inzichten delen. 

Niet als kant-en-klare handleiding, maar als inzichten vanuit de praktijk van mensen die het zelf hebben meegemaakt - of hier al jaren mee bezig zijn

Plan Patiëntgerichte Afbouwzorg

Artsen 2.0

 PATIËNTEN zijn soms heel moeilijk

"Als ik om medicatie vraag..."




Maar wat als de patiënt misbruik probeert te maken van de arts? 

Als een patiënt al jaren opiaten gebruikt, maakt wat extra medicatie ook niet uit.

Als je als arts vindt dat de patiënt moet gaan minderen en stoppen, is het beter om daar een goed plan voor op te stellen voor de lange termijn dan voor een bepaald momentharde grenzen te stellen.

Bedenk dat de patiënt gemakkelijk medicatie kan kopen op de zwarte markt.

 

Zie je als arts dat dingen de verkeerde kant uitgaan? Bedenk iets voor de lange termijn. 

Lichamelijke afhankelijkheid


Wanneer lichamelijke afhankelijkheid uit de hand loopt en de patiënt lukt het niet er grip op te krijgen, of misschien wil de patiënt er geen grip op krijgen, dan is het lastig om daar iets mee te doen.


 Beter is het om bepaalde dingen eerder te bespreken, want dan zijn deze onderwerpen nog niet zo beladen.

de patiënt heeft er niet om gevraagd om zoveel pijn te hebben dat deze middelen de enige oplossing waren.
➝ Blijf waarschuwen voor afhankelijkheid: na twee weken kan dit al gebeuren!

de patiënt heeft er niet om gevraagd afhankelijk te worden van deze middelen.
➝ als er vanaf de eerste keer dat een opiaat wordt voorgeschreven voldoende begeleiding is, dan is de kans dat dit gebeurt veel kleiner.
 

opiaten onderdrukken behalve pijn ook stress, persoonlijke problemen, geldproblemen et cetera.

➝ het is goed dat de patiënt daarbij stilstaat!

opiaten leiden de patiënt ook af van het feit hoe dat hij/zij door de pijn de levenskwaliteit van de patiënt achteruitgegaan is

➝ maar daarvoor zijn opiaten niet bedoeld

De patiënt aan het woord

Mensen die afbouwen zijn niet altijd de leukste mensen in de omgang.
Vaak voelen ze zich wat ziek, angstig, misschien een tikje wanhopig, voelen zich misschien een tikje hopeloos -  dus geef ze de ruimte.


Denk niet gelijk dat "aandringen en nadrukkelijk vragen om het volgende recept voor opiaten"  betekent dat iemand misbruik wil maken van deze middelen.




Maar wat als de patiënt wel misbruik probeert te maken van de arts? 

Als een patiënt al jaren opiaten gebruikt, maakt wat extra medicatie ook niet uit.

Als je als arts vindt dat de patiënt moet gaan minderen en stoppen, is het beter om daar een goed plan voor op te stellen voor de lange termijn dan voor een bepaald momentharde grenzen te stellen.

Bedenk dat de patiënt gemakkelijk medicatie kan kopen op de zwarte markt.

 

Zie je als arts dat dingen de verkeerde kant uitgaan? Bedenk iets voor de lange termijn. 

 

Tijdens het afbouwen voelen mensen zich vaak lichamelijk en geestelijk ontregeld.

Concentratieproblemen, vergeetachtigheid, slecht slapen, angst en heftige emoties kunnen het moeilijk maken om zelf goed te beoordelen wat er gebeurt en welke vervolgstappen verstandig zijn.
 

Veel mensen hebben tijdens het afbouwen daarom behoefte aan intensievere en deskundigere begeleiding dan zij nu in de praktijk krijgen.

Een belangrijk onderdeel van goede begeleiding is het creëren van rust en stabiliteit tijdens het afbouwen. Hoe beter iemand zich lichamelijk en geestelijk voelt, hoe groter de kans dat het afbouwen vol te houden blijft.

Het (h)erkennen en behandelen van ontwenningsklachten is daardoor extra belangrijk.


 

Sommige mensen willen sneller afbouwen dan hun lichaam aankan

Het is belangrijk om te begrijpen dat mensen vaak gemotiveerder zijn om af te bouwen dan hun omgeving denkt.

Maar in veel gevallen zijn er hele reële problemen die hen tegenhouden.

Veel mensen krijgen opmerkingen te horen zoals: “Maar je kunt toch gewoon stoppen?”

Maar zo eenvoudig ligt het niet.

Mensen die zelf nooit opioïden hebben gebruikt of nooit hebben geprobeerd af te bouwen, hebben vaak geen idee hoe ingrijpend deze ervaring kan zijn, zeker wanneer er ook sprake is van chronische pijn of andere lichamelijke klachten.

Juist die pijn kan het afbouwen voor veel mensen extreem zwaar maken.

Daarnaast weet niemand vooraf precies hoeveel pijn iemand uiteindelijk zal overhouden, of iemand volledig tot nul zal kunnen afbouwen of uiteindelijk toch op een onderhoudsdosis uitkomt.

Afbouwen is daarom voor veel mensen een proces van uitproberen, aanpassen, vallen en opnieuw proberen.

Juist die onzekerheid kan een enorme psychische belasting vormen.

Maar dat is iets wat de omgeving vaak niet begrijpt. Ook sommige artsen denken soms dat het afbouwtempo wel wat hoger kan.

Dit geeft mensen het gevoel dat zij het fout doen, tekortschieten of falen.

Sommige mensen proberen daardoor sneller af te bouwen dan hun lichaam aankan, waardoor ontwenningsklachten onnodig heftig kunnen worden.

Dit vergroot de angst voor het afbouwen, vermindert het zelfvertrouwen en verkleint de kans op een succesvol afbouwtraject.


Soms zijn mensen zo bang dat ze daarom maar kiezen voor cold turkey, omdat ze de stress niet meer aankunnen

22_edited_edited.jpg

WAT HELPT VOLGENS PATIËNTEN

In het onderzoek geven patiënten aan behoefte te hebben aan:
 

- Meer deskundigheid bij artsen 45 %
 

- Meer begeleiding bij het afbouwen 57 %

- Rustiger afbouwtempo 53%

- Betere ondersteuning bij lichamelijke klachten, pijn 53 %

Maar in veel gevallen worden de wensen van de patiënt niet omgezet in behandelbeleid.

We zien dat aan de cijfers van de poll Houding zorgverleners. veel mensen geven aan niet serieus genomen te worden door hun arts.





 

🔶 Gebrek aan deskundigheid en te hoog afbouwtempo

 

45% van de respondenten noemt een gebrek aan deskundigheid bij de begeleiding van het afbouwen.

 

Tegelijkertijd ervaart 67% ernstige ontwenningsverschijnselen, en geeft 53% aan dat het afbouwen te snel gaat of niet aansluit bij wat zij aankunnen.

 

Deze combinatie van cijfers wijst erop dat afbouwtrajecten in veel gevallen niet aansluiten bij wat mensen lichamelijk aankunnen.

Oftewel: ze gaan gewoon te snel.

Wat helpt volgens respondenten

 

• een flexibel afbouwtempo dat kan worden aangepast

• ruimte voor overleg met de patiënt en bijsturen

• meer kennis en ervaring bij de begeleidend arts

• vaker intercollegiaal overleg

 

Een eerste stap:

Vaker overleggen met collega’s of gespecialiseerde artsen wanneer het afbouwen moeizaam gaat, of wanneer er twijfel is over het afbouwtraject. 

🔴 Kernproblemen in de praktijk en wat helpt bij afbouwen


Hieronder laten we zien hoe deze problemen zich in de praktijk uiten — en wat volgens respondenten kan helpen.

🔶 Ernstige ontwenningsverschijnselen

 

67% (ruim twee derde) van de respondenten ervaart ernstige ontwenningsverschijnselen tijdens het afbouwen.

 

Voor mensen die hier geen persoonlijke ervaring mee hebben, is het moeilijk voor te stellen hoe extreem deze klachten kunnen zijn.

 

Veel respondenten beschrijven deze periode als één van de zwaarste ervaringen in hun leven.

Dit moet je weten
Ernstige ontwenningsverschijnselen horen niet automatisch bij afbouwen.

hoe kom je erachter of ontwenningsverschijnselen ernstig zijn?

-  als mensen dagen achter elkaar niet meer slapen

-  bespreek het met de patiënt; luister wat die vertelt.

 




 

Wat helpt volgens respondenten

​Snelle oplossing
clonidine helpt tegen ontwenningsverschijnselen.
• een rustiger afbouwtempo

• beter gebruik maken van mogelijkheden om ontwenningsverschijnselen te verminderen, zoals clonidine, overstappen op een ander (langwerkend)  opiaat

• meer begeleiding en ondersteuning tijdens het proces

• beter luisteren naar de patiënt

• de patiënt serieuzer nemen

 

Een eerste stap:

Meer ruimte nemen om te luisteren naar wat een patiënt aangeeft en het tempo daarop afstemmen.



 

Sommige artsen geven zelf aan weinig ervaring te hebben met het begeleiden van afbouwtrajecten.

Dit zijn vaak de artsen die openstaan voor overleg en advies.

 

👉 Hun kracht: bereidheid om te luisteren en te leren.

​​

Er zijn ook artsen die denken dat ze weten hoe het moet — maar waarbij dat in de praktijk niet klopt.
 

👉 Dat leidt tot verkeerde adviezen, een te hoog tempo en onnodig zware trajecten

Clonidine bij ontwenningsklachten


Clonidine wordt binnen de afbouwzorg opvallend weinig besproken, terwijl patiënten regelmatig aangeven dat het helpt bij ontwenningsverschijnselen zoals onrust, zweten, hartkloppingen en een opgejaagd gevoel.

Binnen het Onderzoek Afbouwzorg Nederland gaf meer dan de helft van de respondenten aan dat clonidine nooit ter sprake kwam tijdens de begeleiding. Van de mensen die het middel wel gebruikten, waren de ervaringen vaak positief.

Opvallend is dat clonidine regelmatig door patiënten zelf wordt genoemd, en niet door de behandelaar.

 

53% van de respondenten geeft aan dat er onvoldoende aandacht is voor pijn en andere lichamelijke klachten tijdens het afbouwen.
 

Deze pijn kan voor de patiënt zeer belastend zijn en het afbouwproces aanzienlijk zwaarder maken.
 

Het gaat hierbij niet alleen om bestaande pijnklachten, maar ook om pijn die ontstaat door het afbouwen zelf.
 

Pijn is een vast onderdeel van het afbouwen en neemt vaak toe naarmate er verder wordt afgebouwd.

Juist daarom vraagt dit om gerichte aandacht tijdens het afbouwen, en niet alleen om behandeling van pijn los van het afbouwtraject, bijvoorbeeld via een pijnpoli.
 

Daarom is het belangrijk dat medicatie die afbouwklachten kan verminderen zoveel mogelijk wordt ingezet. In de praktijk gebeurt dit echter niet altijd.

 

🔶 Lichamelijke klachten en pijn

Wat helpt volgens respondenten

•meer aandacht voor pijn en lichamelijke klachten

•inzet van ondersteunende medicatie zoals clonidine

•betere afstemming van het tempo op lichamelijke belasting

 

Een eerste stap:

Ook hier kan overleg met collega's of een verslavingsarts zinvol zijn. Pijn en lichamelijke klachten hangen nauw samen met afbouwen. 

 

41% van de respondenten geeft aan onvoldoende psychische begeleiding te krijgen tijdens het afbouwen.

 

Het gevoel er alleen voor te staan, de wanhoop en teleurstelling over een traject dat vaak veel zwaarder is dan vooraf verwacht, en de aanhoudende pijn, maken dat mensen behoefte hebben aan ondersteuning.
 

Veel respondenten beschrijven dat het afbouwen niet alleen lichamelijk zwaar is, maar ook mentaal uitputtend. Twijfel, angst voor terugval en het gevoel vast te lopen spelen daarbij een grote rol.
 

Dit vraagt om tijd, aandacht en geduld, terwijl de reguliere artsenpraktijk hier vaak niet op is ingericht.

🔶 Psychische problemen: de belasting van het afbouwen

Wat helpt volgens respondenten

• laagdrempelig contact en ondersteuning

• ruimte om ook de mentale belasting te bespreken, niet alleen het afbouwschema

Een eerste stap:

• Vaker kort contact mogelijk maken en signalen van overbelasting eerder herkennen.

• Eventueel de hulp van een praktijkondersteuner inschakelen — iemand die meer tijd heeft voor gesprekken en kan helpen bij het omgaan met angst, twijfel en de mentale belasting van het afbouwen.

🔶 Begeleiding

57% van de respondenten ervaart onvoldoende begeleiding tijdens het afbouwen.

Wat in het onderzoek opvalt, is dat begeleiding vaak reactief is: er wordt pas bijgestuurd wanneer een patiënt zelf aangeeft dat het niet goed gaat. Wanneer de patiënt dat niet aangeeft, wordt er soms helemaal niet bijgestuurd.

Terwijl afbouwen juist vraagt om een actieve, meedenkende rol van de behandelaar — waarbij voortdurend wordt gekeken of het traject beter kan worden afgestemd op wat iemand aankan.

Begeleiding is een optelsom van wat iemand nodig heeft: aandacht voor pijn, psychische ondersteuning, afstemming van het tempo en ruimte voor overleg.

Daarbij is het medische meedenken van groot belang. De patiënt heeft vaak geen ervaring met afbouwen en kent de mogelijkheden niet.

Juist daarom is het aan de behandelaar om actief mee te kijken, zodat het afbouwtraject zo draaglijk mogelijk verloopt.

De patiënt is daarbij afhankelijk van de deskundigheid van de behandelaar.

Wat helpt volgens respondenten

• een proactieve opstelling van de arts
• bij klachten of problemen steeds kijken of aanpassing van het afbouwtraject verbetering kan opleveren
• niet wachten tot de patiënt uitgeput raakt, maar tijdig een stabilisatieperiode voorstellen

 

Een eerste stap:

Iedere klacht serieus bespreken en direct samen bekijken of aanpassing van het afbouwtraject nodig is - en wat dit kan opleveren.

🔶 Inspraak in het afbouwtraject

37% van de respondenten geeft aan onvoldoende inspraak te hebben in het afbouwtraject.
 

Gebrek aan inspraak kan leiden tot frustratie en demotivatie, en tot het gevoel geen grip te hebben op de situatie.

Het is niet voor niets dat het belang van shared decisionmaking in wetenschappelijk onderzoek naar het afbouwen van opiaten steeds wordt benadrukt.
 

Iedere afbouwstap is een nieuwe, grote uitdaging voor de patiënt. 
 

Juist daarom is het belangrijk dat er ruimte is voor inspraak — bijvoorbeeld bij het bepalen van het tempo en het moment van een volgende stap.

Zonder inspraak verandert afbouwen al snel in iets wat iemand overkomt, in plaats van iets waar iemand grip op heeft.

Wat helpt volgens respondenten

• meer inspraak in het afbouwtempo en het moment van afbouwen
• samen beslissen over het verloop van het traject
• ruimte om het tempo aan te passen wanneer dat nodig is
• serieus genomen worden in wat iemand zelf aangeeft aan te kunnen

 

Een eerste stap:

Actief bespreken welke keuzes er zijn en samen bepalen hoe het afbouwtraject wordt ingericht.

🔶 Gebrek aan respect / bejegening

37% van de respondenten ervaart een gebrek aan respect of voelt zich gestigmatiseerd.

 

Het gaat hierbij niet om beleefdheidsvormen, maar om hoe er daadwerkelijk wordt omgegaan met de patiënt en zijn/haar situatie.

37% van de respondenten ervaart een gebrek aan respect of voelt zich gestigmatiseerd.

Het gaat hierbij niet om beleefdheidsvormen, maar om hoe er daadwerkelijk wordt omgegaan met de patiënt en diens situatie.

Respondenten geven aan dat klachten soms worden gebagatelliseerd, dat er wantrouwen wordt gevoeld en dat zij zich moeten verantwoorden voor hun gebruik.

Dit kan ertoe leiden dat mensen zich minder vrij voelen om open te zijn, of terughoudend worden in het delen van belangrijke informatie rondom het afbouwen.

Wat helpt volgens respondenten

• De patiënt benaderen als gelijkwaardige gesprekspartner
• luisteren; klachten en klachten en ervaringen serieus nemen
• Verschillen in inzicht zijn onvermijdelijk — maar mogen er niet toe leiden dat de ervaring van de patiënt wordt weggewuifd.

 

Een eerste stap:

De patiënt serieus nemen in wat hij of zij aangeeft — zonder oordeel of wantrouwen.
 

De ervaring van de patiënt hoeft niet overeen te komen met het  perspectief van de arts, maar verdient wel om serieus genomen te worden.

👉 Lees meer over houding van de zorgverlener, respect en situaties waarin zorg over grenzen gaat.
 

🔶 Abrupt stoppen

16% van de respondenten heeft te maken gehad met situaties waarin abrupt stoppen (cold turkey) vanuit de zorg een rol speelde.

Daarnaast geven veel mensen aan dat zij zelf abrupt stoppen — als een uiterste stap, die vaak pas wordt gezet wanneer iemand zich met de rug tegen de muur voelt staan.

Hoewel wij hier geen exacte cijfers van hebben, zien we dit signaal zeer regelmatig terug in de ervaringen die met ons worden gedeeld.

Wij zien dat hier regelmatig een periode aan voorafgaat waarin klachten niet serieus worden genomen, onvoldoende ondersteuning wordt geboden en begeleiding ontbreekt.
 

Respondenten geven daarnaast aan dat abrupt stoppen soms ook vanuit de zorg wordt ingezet — bijvoorbeeld door het plotseling stoppen met voorschrijven of het sterk verlagen van de dosering.

In de praktijk kan dit voor de patiënt hetzelfde effect hebben als een cold turkey.
 

Cold turkey is zelden een oplossing voor de lange termijn. Het is een grote belasting voor lichaam en geest en kan leiden tot langdurige ontwenningsverschijnselen die soms maanden aanhouden.

Juist daarom is het belangrijk dat de behandelaar zich actief inzet om te voorkomen dat iemand zich genoodzaakt voelt tot deze stap.
 

Wij pleiten ervoor om zeer terughoudend om te gaan met cold turkey.
Naar onze mening zou abrupt stoppen alleen overwogen moeten worden wanneer daar een duidelijke medische reden voor is.

Wat helpt volgens respondenten

• Een afbouwtraject dat beter is afgestemd op de patiënt en waarin tijdig wordt bijgestuurd, kan voorkomen dat mensen uit wanhoop deze stap zetten. 

• 
De patiënt het gevoel geven dat hij/zij er niet alleen voor staat.
 

Een eerste stap:

Regelmatig evalueren hoe het gaat en het traject aanpassen wanneer klachten toenemen.

 

 

Veel respondenten geven aan dat het afbouwen vastloopt op de laatste stappen.

Standaard afbouwschema’s sluiten vaak niet aan op wat iemand lichamelijk aankan, zeker bij lage doseringen.

Juist in deze fase zijn kleinere stappen en meer maatwerk nodig om het afbouwen vol te kunnen houden.

🟡 Lage doseringen / maatwerk

Wat helpt volgens respondenten

• kleinere afbouwstappen, vooral aan het einde
• beschikbaarheid van laaggedoseerde medicatie
• flexibiliteit in tempo en dosering

 

Een eerste stap:

Mogelijkheden creëren voor afbouwen in kleinere stappen, afgestemd op wat iemand aankan.

👉 Lees meer over het beschikbaar komen van lage doseringen langwerkende oxycodon en tramadol en maatwerk bij afbouwen
 

 

Veel mensen geven aan dat zij bij de start van opioïden onvoldoende zijn geïnformeerd over de risico’s van langdurig gebruik en de mogelijke gevolgen bij het afbouwen.
 

Hierdoor beginnen mensen aan het gebruik zonder te weten hoe ingrijpend het afbouwen kan zijn.
 

Dit zorgt voor verkeerde verwachtingen en maakt de stap naar afbouwen later vaak zwaarder.

🟡 Gebrek aan voorlichting bij starten

Wat helpt volgens respondenten

• duidelijke voorlichting bij de start van het gebruik
• uitleg over afhankelijkheid en afbouwen
• realistische verwachtingen over het traject

 

Een eerste stap:

Bij het voorschrijven van opioïden standaard informeren over de mogelijke gevolgen op de lange termijn, inclusief het afbouwen.

Nodig: een standaardfolder waar in gewone begrijpelijke taal wordt uitgelegd wat opiaatgebruik inhoudt...etc.

 

👉 Lees meer over voorlichting en informatievoorziening

De Gouden Tip

vragen aan mensen: wat is jouw Goudentip voor artsen, om mensen echt te helpen, zo concreet mogelijk.

We hebben het nu dus even niet over luisteren en dat soort dingen, maar concrete dingen die ze direct kunnen uitvoeren om de patiënt te ondersteunen op het moment dat het moeilijk gaat.

Gouden tips uit te afbouw praktijk

Elianne
Ik wil je wel een tip geven...als ik jou was zou ik om te beginnen 5 mg van je middag dosis afhalen dus smorgens 10 , smiddags 5 en savonds 10.

Dit omdat je dan de volledige dosis hebt om smorgens goed op te kunnen starten + als je afbouwt en ontwennings verschijnselen zou krijgen is het nog belangrijker dat je wel goed kan slapen om jezelf weer op te laden.

Slecht slapen en ontwenning is funest voor je lichaam en de kans is er dat je slechter gaat slapen als je als eerste savonds de 5 mg minder pakt.

Dus ik adviseer altijd om de avond dosis als laatste te verminderen

 

🔴Afbouwen kan anders — het begint met luisteren naar de patiënt.

Citrus Fruits

Wat hier misgaat

Afbouwen vraagt maatwerk — maar wordt nog te vaak benaderd als een standaardproces.
 

Daardoor worden verkeerde inschattingen gemaakt, klachten niet herkend en oplossingen niet benut.

Gebrek aan kennis en praktijkervaring wordt te vaak onderschat.
 

Daardoor worden keuzes gemaakt die niet aansluiten bij wat het lichaam aankan.
 

Klachten worden niet serieus genomen er wordt niet nagedacht over oplossingen, ontwenningsverschijnselen worden weggewuifd, genegeerd, de patiënt wordt uitgemaakt voor aansteller, kortom…
 

In sommige gevallen lijkt er naast gebrek aan begeleiding ook een gebrek aan bereidheid te zijn om mee te denken.

Wanneer het bij de arts ontbreekt aan deskundigheid, juist in een fase waarin men lichamelijk en geestelijk verzwakt is, kan dat grote schade aanrichten. Mensen raken ontredderd en stuurloos.

Opnieuw is het aan de patiënt of die zich daar doorheen kan worstelen, of dat dat niet lukt en daarmee ook het afbouwtraject mislukt.

Wat hier kan helpen

Erkennen wanneer ervaring of kennis ontbreekt
 

Actief overleggen met collega’s of specialisten bij twijfel

Ruimte maken voor maatwerk in plaats van standaardschema’s

Samen met de patiënt het tempo bepalen en bijstellen waar nodig
 

👉 Afbouwen vraagt geen perfectie — maar wel aandacht, kennis en bereidheid om te luisteren.

 

Soms is het zo erg dat mensen ervoor kiezen om zich helemaal niet te laten begeleiden.


Ondertussen moet de patiënt het doen met de situatie zoals die is.

Deskundigheid verbeteren in de praktijk:
bijscholing, aanvullende cursussen

Het aanvullen van deze kennis bij alle huisartsen, pijnartsen en specialisten is een enorme toer. Het gaat veel geld kosten, er gaat veel tijd overheen voordat de kennis overal aanwezig is..

Ondertussen moet de patiënt het doen met de situatie zoals die is.

Alternatieven

• Een speciale patiëntenbegeleider ,die mogelijk bij verschillende huisartsen werkt, die het afbouwen onder zijn/haar hoede neemt, eventueel in overleg met de arts.

• Per regio vaste contacten tussen artsen die afbouwtraject een begeleiden en een verslavingsarts.

Begin bij de opleiding

Feit: de opleiding tot huisarts, pijnarts of specialist bevat geen leerstof over het afbouwen van opiaten. Dit betekent dat er twee mogelijkheden zijn.

•Of die leerstof wordt toegevoegd, zodat toekomstige Artsen beschikken over voldoende kennis en inzicht over het afbouwen.

•of die leerstof wordt niet toegevoegd en het afbouwen gebeurt voortaan onder de verantwoordelijkheid van een patiëntenbegeleider of iemand anders die hiervoor is opgeleid.


"Mijn huisarts had nog nooit gehoord van clonidine. Ik heb informatie uitgeprint, uitgelegd hoe het werkt, verteld dat lotgenoten er soms veel baat bij hebben en warempel,  toen zei hij, we kunnen het proberen.
Maar dit is toch de omgekeerde wereld...?"

 

OVER HET Dossier bij Onderzoek Afbouwzorg NL

Ervaringsdeskundigen over de Handreiking Afbouwen Opioiden

bottom of page