

Ervaringsdeskundigen over oxycodon afbouwschema
Wat vinden ervaringsdeskundigen van het Officiële Afbouwschema voor Oxycodon dat artsen in Nederland gebruiken? En hoe bouwt men zelf af?
De huisarts speelt een centrale rol bij het afbouwen van opiaten, maar krijgt daar tijdens de opleiding nauwelijks specifieke scholing voor. Dat heeft gevolgen voor de begeleiding van patiënten.
Huisartsen moeten duizend dingen tegelijk kunnen, hebben weinig tijd en dragen een enorme verantwoordelijkheid.
Tegelijkertijd is de huisarts hoofdverantwoordelijke voor het begeleiden van afbouwtrajecten voor opiaten-op-doktersrecept.
De patiënt gaat er vanzelfsprekend van uit dat de huisarts, pijnarts of specialist voldoende deskundigheid heeft om het afbouwen van opiaten goed te begeleiden.
Maar opiaatafbouw is in de opleiding van artsen nauwelijks een specifiek onderwerp. Dat betekent niet dat artsen hier niets over weten, maar wel dat gespecialiseerde kennis niet vanzelfsprekend aanwezig is.
Tenzij een arts zich hierin heeft bijgeschoold of actief in het onderwerp heeft verdiept, is de begeleiding vaak vooral gebaseerd op algemene medische kennis en praktijkervaring.
En juist bij opiaatafbouw is dat niet altijd genoeg.
%20(260%20x%20100%20px.jpg)
Opiaatafbouw vraagt meer dan een afbouwschema meegeven en afwachten wat er gebeurt.
Een arts moet kunnen herkennen wanneer klachten passen bij ontwenning, wanneer het tempo te hoog ligt en wanneer stabiliseren nodig is. Ook moet hij weten welke aanpassingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld kleinere stappen, langer vasthouden of ondersteunende medicatie.
Juist daar gaat het vaak mis.
Wat op papier een redelijk schema lijkt, kan voor de patiënt veel te zwaar zijn. Een stap die medisch klein lijkt, kan in het dagelijks leven grote gevolgen hebben.
Denk aan niet meer slapen, niet meer functioneren, angst, pijn, uitputting en paniek.
Als die signalen niet worden herkend, en er wordt niet op tijd bijgestuurd, dan kan de patiënt daar langdurig last van hebben.
🟠 De meeste huisartsen, pijnartsen en specialisten begeleiden slechts af en toe een afbouwtraject. Het gevolg is een gebrek aan ervarings- en routinekennis, waardoor mogelijk belangrijke signalen gemist worden.
🟠 Ernstige ontwenningsverschijnselen als gevolg van verkeerde inschattingen en gebrek aan deskundigheid maken een toch al zwaar traject nog veel zwaarder.
🟠 Voor sommige patiënten eindigt afbouwen daardoor niet in herstel, maar in langdurige ontregeling, en verlies van vertrouwen in de behandelaar.
🟠 Soms worden mensen uiteindelijk doorverwezen naar de verslavingszorg, voor een detox "omdat ze het zelf niet kunnen".
Maar bij navraag blijkt dat hier vaak een hele serie fouten aan vooraf is gegaan
Bij iedere afbouwpoging krijgt de patiënt te maken met ontwenning: extreme onrust, soms dagen niet slapen, hartkloppingen, uitputting, darmproblemen, rusteloze benen, pijnklachten, angst, paniek en een zenuwstelsel dat volledig overprikkeld raakt.
Soms speelt dit dagenlang, maar soms ook weken. Wanneer het afbouwen uiteindelijk niet lukt, is dat voor de patiënt een bittere teleurstelling.
Iedere mislukte afbouwpoging betekent voor de patiënt verlies van zelfvertrouwen, lichamelijke en geestelijke energie.
Daarom is het zo belangrijk dat iedere afbouwpoging serieus wordt genomen, door patiënt én arts. Alles moet erop gericht zijn om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken.
Ook in de resultaten van het Onderzoek Afbouwzorg Nederland komen wij het ontbreken van deskundigheid op verschillende manieren tegen.
🔵 Er worden regelmatig te zware of te snelle afbouwschema’s aangeboden aan patiënten voor wie dit lichamelijk niet haalbaar is.
Bijvoorbeeld aan:
• 65 plussers met een lange gebruikersgeschiedenis
•mensen die krap een maand geleden benzo's of gabapentine hebben afgebouwd
• mensen die ondervoed zijn en lichamelijk zeer zwaar belast door één of meerdere chronische ziektes
🔵 Ontwenningsverschijnselen worden regelmatig onderschat of verward met psychische problematiek of terugkeer van pijnklachten.
🔵 Ondersteunende medicatie (zoals clonidine, dat afbouwklachten kan verlichten) lijkt in de praktijk weinig bekend of wordt slechts beperkt ingezet.
🔵 Andere mogelijkheden om klachten te verminderen, zoals langzamer afbouwen, stabiliseren of overstappen op een ander opiaat, worden vaak niet genoemd door de arts.
🔵 De focus ligt te vaak op “hoe krijgen we de dosis omlaag” en te weinig op wat het afbouwen met de patiënt doet.
Samenvattend: zonder praktische kennis blijft goed handelen op belangrijke momenten vaak uit.
Soms begeleiden huisartsen of pijnartsen ook het overstappen naar een ander opiaat. Dat kan goed gaan, maar ook heel erg verkeerd.
Regelmatig horen wij dat patiënten naar huis worden gestuurd met twee middelen en het advies om “op gevoel” over te stappen.
Gaat het mis, dan is de patiënt de dupe.
Wanneer ontwenningsklachten of lichamelijke ontregeling onvoldoende worden (h)erkend, kunnen er tussen arts en patiënt grote misverstanden ontstaan.
Sommige mensen voelen dat het steeds slechter gaat, maar proberen toch door te zetten omdat hun arts hen daarin aanmoedigt.
Anderen krijgen het gevoel dat zij zich moeten verdedigen of verantwoorden voor het feit dat hun lichaam het gekozen afbouwtempo niet aankan.
Mensen krijgen het gevoel dat hun klachten worden gebagatelliseerd en hun grenzen onvoldoende worden erkend.
Afbouwtrajecten duren vaak maanden of zelfs jaren. Wanneer misverstanden, verkeerde inschattingen of problemen zich blijven herhalen, kan het wederzijdse vertrouwen ernstig beschadigd raken.
Wanneer dit eenmaal gebeurt, wordt de kans op succesvol afbouwen steeds kleiner.
👉 De uitslag in cijfers: Resultaten Poll Houding zorgverleners
👉 Lees wat mensen er zelf over zeggen: Reacties op Poll Houding Zorgverleners
Sommige artsen geven eerlijk aan dat zij onvoldoende kennis hebben over hoe opiaten afgebouwd moeten worden.
Anderen proberen zich tijdens het traject zo goed mogelijk in te lezen via beschikbare richtlijnen, overleg met collega’s of online informatie.
Wanneer artsen weinig specifieke scholing krijgen, zijn zij aangewezen op richtlijnen, online informatie en eigen interpretatie. Maar die bieden niet altijd voldoende houvast.
Wij horen regelmatig van hulpvragers dat artsen tijdens consulten informatie zoeken via Google of ChatGPT. Dat is op zichzelf misschien begrijpelijk.
Maar wanneer de patiënt afhankelijk is van informatie die tijdens het consult nog bij elkaar gezocht moet worden, laat dat zien hoe beperkt de ondersteuning rondom opiaatafbouw momenteel georganiseerd is.
Ook de Handreiking Afbouw Opioïden, die door veel artsen als richtlijn wordt gebruikt biedt niet altijd voldoende houvast.
Hieronder zie je de reacties van ervaringsdeskundigen op de afbouwschema's voor oxycodon, tramadol en fentanyl uit de Handreiking
"Dit schema gaat voor mij te snel, niet alleen de dosisverlaging van 10 mg per keer vind ik te groot, maar ook het tempo waarin het gebeurt.
Ik doe over elke verlaging van 5 mg oxycodon geen 2 weken maar 4 weken. Dan kan je lichaam beter en langer stabiliseren. Anders blijft je lichaam constant in stresstoestand. Althans, dat is in mijn geval."
Lees alle reacties
"Zo zag mijn schema er ook uit, zijn ze niet goed snik? Ik ging er bijna aan kapot, mijn hart klopte m’n borst uit.
Uiteindelijk met tramadoldruppels afgebouwd tot nul. Ik minderde 2.5mg per week, soms 7.5mg per week, maar dat was dan ook het maximaal haalbare. En zelfs dat was soms nog moeilijk."
"Ik ben ongeveer drie maanden bezig geweest om van 62 mcg fentanyl naar 0 te komen, na ongeveer drie maanden gebruik. Van het begin tot het einde van mijn afbouwtraject had ik ontzettend last van ontwenningsverschijnselen.
Had ik sneller kunnen afbouwen? Echt niet. Ik zou dit afbouwschema aan niemand toewensen."
Door afbouwtrajecten te laten begeleiden door artsen die hier niet adequaat voor zijn opgeleid, wordt voorbijgegaan aan iets heel belangrijks.
Wanneer ernstige ontwenningsverschijnselen of lichamelijke ontregeling niet op tijd worden herkend, kunnen de gevolgen voor de patiënt enorm zijn, en soms zeer verstrekkend.
Het gaat hier om mensen die lichamelijk en geestelijk al kwetsbaar zijn, die steeds verder ontregeld raken, terwijl eerder ingrijpen in veel gevallen veel leed had kunnen voorkomen.
Deze mensen hebben niet gevraagd om zware afbouwtrajecten, lichamelijke ontregeling of jarenlang vastlopen binnen de zorg.
Het enige wat zij ooit hebben gedaan, was bij pijnklachten hun huisarts om hulp vragen.
🟠 Hoe kan het dat huisartsen verantwoordelijk zijn voor het begeleiden van afbouwtrajecten, zonder daar specifiek voor te zijn opgeleid?
🟠En waarom begeleiden ook pijnartsen en specialisten deze trajecten, zonder daarvoor te zijn opgeleid?
De vraag is niet alleen hoe dat kan. De vraag is vooral of we dit zo willen laten doorgaan.
Zolang de patiënt de gevolgen draagt van ontbrekende kennis, te weinig begeleiding en onvoldoende maatwerk, moet ook de patiënt kunnen meepraten over hoe afbouwzorg wordt ingericht.
Voor betere afbouwzorg is structurele verbetering nodig op meerdere punten:
• bijscholing voor huisartsen, pijnartsen, specialisten en apothekers
• onderzoek naar de effectiviteit van de huidige afbouwtrajecten
• onderzoek naar de doelgroep: wie bouwen af, met welke middelen, na hoe lang gebruik en met welke problemen
• praktisch bruikbare richtlijnen voor tempo, stabiliseren, lage doseringen, overstappen en ondersteuning bij ontwenning
• betere organisatie van de afbouwzorg, met duidelijke verwijs- en overlegmogelijkheden
• maatregelen die nu al kunnen helpen, zoals meer maatwerk, meer inspraak en beter gebruik van bestaande kennis
Op de pagina Beleid: wat moet er veranderen? bespreken we welke veranderingen volgens patiënten en ervaringsdeskundigen nodig zijn om afbouwzorg veiliger, deskundiger en beter georganiseerd te maken.
Deze pagina wordt momenteel verder ontwikkeld.
De link wordt binnenkort toegevoegd.